Akshaya

Iedereen streeft naar geluk en de openbare ruimte kan daaraan bijdragen, stelt Akshaya de Groot, alias de geluksdoctorandus. Zijn naam Akshaya - door een goeroe gegeven - staat voor levendigheid, oneindigheid en overvloed. Op het Landelijk Congres Openbare Ruimte vertelt hij hoe de openbare ruimte daaraan kan bijdragen.

Iedereen streeft naar geluk, stelt De Groot, docent en adviseur bij het Jeremy Bentham instituut voor Beleid & Geluk. De openbare ruimte kan daar aan bijdragen. Maar hij waarschuwt gelijk voor te hoog gespannen verwachtingen. Op het Landelijk Congres Openbare op donderdag 21 juni in Breda leert hij u vooral kritisch te kijken naar de openbare ruimte en het gelukseffect.

Wat is de definitie van geluk in de leefomgeving?

'Die is hetzelfde met of zonder leefomgeving. Als ik het over geluk heb, heb ik het over het geluk dat we het waard vinden om wetenschappelijk te onderzoeken. Dus niet het geluk van een rijbewijs halen. Geluk zit dieper dan gevoelens en stemmingen. Geluk is van langere duur, zit van binnen en is positief. Als je die drie bij elkaar neemt, omschrijf je behoorlijk goed wat geluk is.’

Hoe belangrijk is de openbare ruimte in het geheel dat gezondheid, welzijn en geluk bevordert?

'De openbare ruimte moet allerlei functies vervullen, geluk is daar maar een klein deel van. Het is een relatie met twee stappen. Je kunt in een goede stemming komen door de omgeving en dat kan uiteindelijk bijdragen aan je geluk. Doordat je zintuigen geprikkeld worden, raak je vrolijk en opgewekt en de openbare ruimte kan deze rol gedeeltelijk vervullen. De ene persoon wordt op plek agelukkig en de ander op plek b. Er zou voor elk wat wils moeten zijn, maar sowieso zijn rustige plekken voor mensen van belang om gelukkig te worden.’

Hoe kunnen ontwerpers van de openbare ruimte geluk in de leefomgeving bevorderen?

'Er is geen vast recept voor geluk. Wel zijn er een aantal vaste ingrediënten: veiligheid, sfeer, verbinding en groen zijn onder andere van belang. Die waarden moeten prioriteit krijgen in het ontwerpproces. Dat mag op verschillende plekken best op andere manieren tot uiting komen. Zolang de beleidsmakers maar rekening houden met die ingrediënten. Zo kan je een correctie maken in het streven naar esthetiek in de ruimte. Aan de ene kant heb je architectonisch onderzoek en aan de andere kant heb je louter je eigen creativiteit. We moeten een middenweg zien te vinden in ontwerp.’

Kun je geluk in de leefomgeving meten en monitoren?

‘Geluk kan je goed meten en steden moeten dat ook vaker gaan doen. Dat kan met de vraag: Ben je tevreden met je leven? Dit zouden gemeenten per wijk moeten meten. Het antwoord op deze vraag is wel bekend op landelijk niveau, maar niet op lokaal niveau. Het CBS meet af en toe op lokaal niveau, maar die onderzoeken zijn te kleinschalig. Er moet jaarlijks lokaal worden gemeten hoe gelukkig mensen zijn. 

Kan je ook de invloed van de leefomgeving op geluk meten?

'Ja, de invloed van de leefomgeving op het geluk kan je meten. Je meet dan het geluksgevoel met een app. Deelnemers krijgen de vraag hoe gelukkig ze zich voelen op een bepaalde plek, waarbij ze kunnen kiezen tussen een blije smiley, een sippe smiley en alles er tussenin. Dit kan dan op verschillende momenten en plekken worden gemeten, zodat je een idee hebt over het geluk op bepaalde plekken.

Wat vindt u van de opkomende geluksplekken in verschillende steden?

'Het is een leuk idee, maar je moet het niet ophemelen. Er zit ook een stukje toerisme en city marketing in. Maar het is een leuk idee dat steden spelen met de openbare ruimte en hoe men die ervaart. Bewoners zullen er niet veel gelukkiger van worden, want bij geluk speelt ook een dosis-effect-relatie. Dat wil zeggen dat iets vaker moet gebeuren voordat het invloed heeft op je geluk. In dat opzicht hebben je huis, de wijk waar je woont en de wegen waar je vaak langskomt meer invloed omdat je er elke dag langs komt.’

Is het belangrijk om bewoners te betrekken bij het ontwerp van de openbare ruimte? 

'Ja, bewoners betrekken is een zeer goede correctie op ontwerp. De ontwerper is natuurlijk opgeleid om in de schoenen van de burger te staan maar dat blijft lastig, daarom kunnen burgers soms een goede inbreng hebben. Niet alle bewoners willen echter meewerken, dus je moet het niet verabsoluteren, dat werkt niet.'

Wat kunnen steden meenemen uit de kennis over geluk en ontwerp?

‘De manier waarop de ruimtelijke omgeving is ingericht, zegt veel over de uitstraling van een stad. Een kerk, winkelcentrum of gemeentehuis als hart van de stad maakt natuurlijk veel uit. Daar zeg je als stad verschillende dingen mee. Je kan je dus afvragen wat het hart moet zijn van een stad waar de inwoners naar geluk streven. Wat zou je dan als stadshart willen? Wil je dan alleen winkels, drie soorten religiegebouwen of een gemeentehuis? Dit is iets te simplistisch uitgelegd, maar het gaat erom dat je kijkt naar de verschillende mogelijkheden. Ik zou dit als open vraag willen stellen: Wat denken inwoners dat zou werken als hart van de stad?’

LCOR-congres
Op 21 juni spreekt Akshaya de Groot op het LCOR-congres. Hij zal hier spreken over de 'gelukkige stad'. Hoe kunnen een goede inrichting en goed beheer bijdragen aan geluk en welbevinden? De Groot zal tijdens het congres toelichten wat de rol van stedelijk ontwerp hierin is en welke ervaringen er zijn met de relatie tussen openbare ruimte en geluk. Ook het verschil tussen ontwerp en beleving door de bewoners komt aan de orde. Klik hier voor meer informatie en om je aan te melden.
Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl