Groningen, Zuid-Holland en Brabant en vervoersautoriteit MRDH hebben een intentieverklaring getekend voor het uitbreiden van het aantal waterstofbussen

Op 21 juni hebben de provincies Groningen, Zuid-Holland en Brabant en vervoersautoriteit MRDH een intentieverklaring getekend voor het uitbreiden van het aantal waterstofbussen. Daarmee zetten de provincies een stap in de goede richting op het gebied van CO2-reductie door vervoersmiddelen.

De handtekeningen moeten ervoor zorgen dat er meer waterstofbussen gaan rijden in de provincies. Dit stimuleert de verduurzaming van bussen. In het dit jaar gesloten bestuursakkoord tussen het Rijk en 14 opdrachtgevers in het openbaar vervoer, is vastgelegd dat er vanaf 2026 alleen maar gebruik gemaakt mag worden van bussen die geen CO2 uitstoten. Waterstofbussen zijn daarom belangrijk, omdat ze een geschikt alternatief vormen voor de huidige bussen die op diesel rijden. 

Ondersteuning

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu ondersteunt de samenwerking als onderdeel van haar beleid op basis van de Brandstofvisie met LEF. Door de ondersteuning vraagt het consortium voor de opschaling financiële ondersteuning aan de Europese Unie. De EU stelt in 2017 enkele tientallen miljoenen beschikbaar voor de transitie naar waterstofbussen vanuit de Europese publiek-private samenwerking Fuel Cell Hydrogen Joint Undertaking, kortweg FCH-JU. Met het Europese geld verwacht het samenwerkingsverband zo'n 100 bussen te kunnen laten rijden. Door een uitbreiding van het aantal waterstofbussen hoopt het consortium dat de aanschafkosten van de bussen, waterstof en benodigde infrastructuur in de toekomst lager liggen. Dit is belangrijk voor de marktontwikkeling van duurzame bussen.

Beeld: Alfenaar