Vrijdag 29 april verscheen het Actieplan Schiphol, dat door de ministerraad is vastgesteld. Daarin zijn de groeiplannen van Schiphol geactualiseerd.

Vrijdag 29 april verscheen het Actieplan Schiphol, dat door de ministerraad is vastgesteld. In het Actieplan zijn de groeiplannen van Schiphol voor de komende jaren geactualiseerd. Dit zijn de belangrijkste punten uit het plan.

De regio Schiphol is van essentieel belang voor onze economie en welvaart. Direct levert de luchthaven meer dan 100.000 banen op, maar indirect nog veel meer als internationaal knooppunt voor handelsstromen. Nieuwe uitdagingen maken de toekomst van de luchthaven echter onzeker. Schiphol ondervindt concurrentie van luchthavens uit het Midden-Oosten en Turkije op het intercontinentale netwerk. Maar ook op Europese routes stijgt de concurrentie. Om ook de komende jaren een speler van formaat te blijven, wordt van alle partijen een slimme en toekomstbestendige aanpak gevraagd. In de Actieagenda zijn kansen en bedreigingen voor Schiphol beschreven met daarbij de maatregelen (lopende en nieuwe) van het Rijk, de luchtvaartsector en andere belanghebbenden. De zes belangrijkste punten op een rij:

1. Een concurrerend kostenniveau

In vergelijking met andere Europese luchthavens is Schiphol volgens Dijksma al concurrerend qua kosten, maar oostelijke rivalen als Istanbul en Dubai zijn goedkoper. Dat is nadelig voor onder meer KLM. Overheidsheffingen, met name securityheffingen, vormen een grote kostenpost die naar verwachting zal gaan stijgen. Daarom wil het kabinet deze zo laag mogelijk houden. Er wordt om die reden nagedacht over innovatieve security-oplossingen en -maatregelen en snellere doorstroming. Daarnaast worden securityheffingen lager en stopt de heffing waarmee planschadekosten voor woningen rond Schiphol worden doorberekend.

2. Eerlijke concurrentie

De hubfunctie moet gewaarborgd worden door ‘eerlijke’ luchtvaartovereenkomsten met onder meer de Golfstaten en Turkije. Dit is volgens Dijksma nodig om zowel passagiers als vracht goed te laten aansluiten op de mondiale luchtvaartmarkt. Oneerlijke tariefpraktijken moeten worden aangepakt en optimalisering van logistieke processen en het vestigingsklimaat in de regio Schiphol is nodig.

3. Bereikbaar blijven

Het Rijk investeert de komende jaren, samen met regionale overheden, zo’n 12 miljard euro in de bereikbaarheid van de regio Schiphol. Het Rijk, de NS en de Stadsregio Amsterdam gaan daarnaast de capaciteit van station Schiphol vergroten, wat vraagt om een investering van 200 tot 600 miljoen euro.

4. Verduurzamen

Duurzame biokerosine zal door het kabinet worden gestimuleerd om de luchtvaartsector te verduurzamen. Ook zal worden onderzocht hoe de onrendabele top kan worden afgedekt. Een ander onderdeel van de verduurzaming is het komen tot een mondiaal CO2-compensatiesysteem.

5. Capaciteitsvergroting

Er is meer capaciteit nodig op Schiphol. Tot 2020 zijn uitbreidingen van de luchthaven geregeld via het Aldersakkoord, dat voorziet in uitbesteding van vliegbewegingen naar de regionale luchthavens Lelystad en Eindhoven Airport, maar ook daarna moet de luchthaven kunnen blijven groeien. Daartoe is advies gevraagd aan de Omgevingsraad Schiphol. Hierover schrijft Dijksma dat er mogelijkheden zijn verkend voor een formele overheidsmaatregel (verkeersverdelingsregel) die de beschikbare capaciteit op Schiphol inzet voor mainportgebonden verkeer. Dat houdt in dat niet-mainportgebonden verkeer moet worden verplaatst van Schiphol naar Lelystad. Deze regel zal verder worden uitgewerkt en getoetst op haalbaarheid. Ook de toekomstbestendigheid van het nieuwe normen- en handhavingsstelsel voor Schiphol zal worden onderzocht.

6. Woningbouw

Bouw van woningen in de regio zal moeten samengaan met de nieuwe routestructuur van Schiphol. Kortom, woningbouw is mogelijk, maar mag de groei van de economische mainportfunctie van Schiphol niet negatief beïnvloeden. Concreet betekent dit dat er op de korte termijn mag worden gebouwd; voor de langere termijn heeft Dijksma het over een ‘integrale, robuuste en slimme aanpak van het vraagstuk wonen en vliegen’.