Foto: Paul Tolenaar

Auto’s en mensen veranderen. Verschillende generaties stellen verschillende eisen aan de auto en technologische voortuitgang speelt daarin een grote rol. In dit artikel bespreekt mobiliteitsexpert Hans Groenhuijsen de toekomst van de auto en haar consument.

Consumenten veranderen voortdurend hun verwachtingspatroon van de auto. Sterker nog, ze stapelen verwachtingen. Er komen steeds meer eisen en wensen bij, terwijl de oude wensen blijven.

Neem bijvoorbeeld een aspect als veiligheid; dat staat altijd op het verlanglijstje, maar qua invulling wordt de lat steeds hoger gelegd. Van simpele 2 puntsgordel naar 3 puntsgordel, kooiconstructies, airbags, ABS, ESP etc.

Andere generatie, andere eisen

Consumentenvoorkeuren en eisen zijn afhankelijk van een scala aan factoren: macro-economisch klimaat, welvaart, arbeidsmarkt, woonomstandigheden, beschikbaarheid van alternatieven en kosten van een eigen auto. Maar we kunnen de verlanglijst redelijk koppelen aan opeenvolgende generaties.

Na de pioniers beginnen we met de babyboomers die direct na de oorlog werden geboren en als geen ander de periode van opbouw en snelgroeiende welvaart hebben meegemaakt. Daarna komen de ‘post baby boomers’; ze worden ook wel de ‘lost generation’ genoemd omdat de babyboomers aan de macht waren en van geen wijken wisten. Met name deze generatie schroeft de eisen flink op, de betekenis en waarde van de auto verschuiven ook.

Terwijl deze generatie opgroeit, zien we eind jaren 50 de eerste file in Nederland, krijgen we de oliecrisis in 1973, een flinke economische crisis, en de eerste signalen dat die auto soms problemen oplevert (files, vervuiling, volle steden). Na de X komt logischerwijs de Y na 1980. Deze generatie schroeft de verwachtingen nog verder op. Hun leven wordt meer dan bij andere generaties al sterk beheerst door ICT, ook in en rondom de auto. Daar liggen ook duidelijk de eisen en wensen.

Generatie Z

En de Generatie Z sluit het voorlopig af. Groot geworden in welvaart (wat ook geldt voor de generatie Y), opgroeiend met technologie all-over. Kwaliteit is belangrijk. Zelfrijdende auto’s zijn voor deze generatie bijna vanzelfsprekend.

Informatie in alle opzichten is dominant aanwezig in hun leven, dus ook in en rondom de auto. De auto is voor deze generatie ook meer een onderdeel van een systeem, onderdeel van een combinatie van mobiliteit, wonen en werken. Het lijkt er op dat de generatie Z ook alweer meer ‘auto minded’ is dan de voorgaande generatie Y. Ruim 90% geeft aan (later) een auto te willen, 97% wil in ieder geval een rijbewijs.

Voor de generaties Y en Z (maar ook voor de oudjes in voorgaande generaties) geldt niet alleen dat de wensen en eisen t.a.v. de auto zelf veranderen. Zij eisen grote veranderingen in het gebruik en de toegankelijkheid van auto en mobiliteit, in de beschikbaarheid van relevante data en informatie. Ze willen een andere relatie met serviceproviders, inclusief de communicatie en relatie met de retailer; andere kanalen, andere advisering, een ander proces rondom verkoop , reparaties e.d.

We willen geen auto meer

De veronderstelling dat de generatie Y (en in minder mate generatie Z) eigenlijk geen auto meer willen is te simpel en deels ook onjuist. Soms wordt die auto misschien wat minder belangrijk, en zijn aspecten als status en imago wat naar de achtergrond. Functionaliteit wordt belangrijker. Over het algemeen blijven jongeren langer in een stad wonen, hebben hogere woonlasten en hebben een hogere studieschuld. Zo zien we dus vooral uitstelgedrag, geen afstel. Die eerste auto komt gewoon later, wanneer werk en vooral het privéleven daar aanleiding toe geven.

Toch treedt er ongetwijfeld gedragsverandering op met een impact voor de automobielsector. Een deel van de generatie Y en Z zal makkelijker overstappen naar car sharing om de bekende redenen:

  • bezit is minder belangrijk;
  • lagere flexibele kosten;
  • geen onderhoud en zorgen;
  • geen parkeerprobleem.

Hieraan verwant kan ook de ‘tweede auto’ wel eens makkelijker sneuvelen. Een eigen auto komt er wellicht, maar een tweede auto is nauwelijks nodig als we toegang hebben tot openbaar vervoer en deelplatformen.

Wat merkt de omgeving

Het zijn niet alleen de consumenten en de fabrikanten die centraal staan in deze verandering van auto en mens. De invloed op en de wisselwerking met de omgeving is groot. Om een paar aspecten te noemen:

  • het gaat om mobiliteit en dus doorstroming en infrastructuur  
  • betaalbaarheid van (auto)mobiliteit is essentieel (accijnzen, belastingdruk e.d.)
  • het gaat om alternatieve vormen en mengvormen in transport en modaliteiten.

Verwachtingen en eisen t.a.v. veiligheid nemen toe met gevolgen voor de auto en voor het wegennet, technologische ontwikkeling moet worden gestimuleerd en gesubsidieerd. Consumenten moeten verleid worden tot gewenst gedrag, een grote opgave voor overheid en politiek. Het magische woord ‘data’ komt centraal te staan, zowel in commerciële toepassingen als in het domein van de overheid (veiligheid, privacy, datagebruik voor maatschappelijke doeleinden).

Al met al is de auto een resultaat van:

  • de automakers met hun technologie
  • de consumenten met hun verlanglijstjes
  • en een brede economische en maatschappelijke context.

Goed om te weten, goed om rekening mee te houden in het bouwen van auto’s, het ontwikkelen van services, de verkoop van auto’s , de ruimtelijke ordening en de aanleg van infrastructuur. En goed om te beseffen dat er nieuwe generaties komen met andere eisen, nieuwe technologie met nieuwe mogelijkheden.

Veel plezier in deze bewegelijke toekomst, en veel sterkte voor diegenen die denken dat er uiteindelijk weinig tot niets verandert.

Hans Groenhuijsen
Advies in automotive en mobiliteit