Weginfrastructuren en kunstwerken zijn lang niet meer gedimensioneerd op het verplaatsen van zwaar materieel. Defensiebaas Bauer roept op tot samenwerking.
CDS: 'Nationaal veiligheidsbelang meewegen bij infrabeslissingen'

'Weginfrastructuren en kunstwerken zijn al lang niet meer gedimensioneerd op zwaar militair materieel. Spoorinfrastructuur is door privatiseringen zelden terstond beschikbaar. Dat gaat ten koste van de snelheid waarmee we troepen kunnen verplaatsen en is daarom een potentieel risico voor onze nationale veiligheid'.

Dat zei de nieuwe Commandant der Strijdkrachten Luitenant-Admiraal Rob Bauer afgelopen dinsdag op het NG InfraTrends Congres in Delft. NGinfra is een kennisinstituut van Rijkswaterstaat, Havenbedrijf Rotterdam, Alliander, Schiphol, ProRail en Vitens.

Op het congres riep hij de infrasector op tot samenwerking. 'Infrastructuur kan strategischer worden ingezet in belang van defensie en dus van ons allemaal. Dat vergt meer samenwerking tussen Defensie, overheden en infrabeheerders, nationaal én internationaal.'

Snelle reactiemacht

De titel van de presentatie van Bauer luidde: Infra moet het altijd doen. En dat neemt Bauer zeer letterlijk. Want ‘when the shit hits the fan’, dan moet je uit de voeten kunnen. Maar de prioriteit die de Nederlandse samenleving in haar defensiekracht stelde, kalfde na de val van de Muur af. Budgetten werden kleiner. ‘Het Vredesdividend werd geïnd’, zei Bauer daarover tijdens zijn optreden op de Bouwcampus. ‘Het neerhalen van vlucht MH17 was in die zin een wake-up call. Maar ook de aanslagen in Europa, de migratiecrisis, de onrust en conflicten in het Midden-Oosten en Afrika als ook de veranderde houding van Rusland. Om onze bondgenoten in het oosten te steunen hebben we een snelle reactiemacht opgezet. Dat is zelfs zover gegaan dat in de Baltische staten NAVO-eenheden zijn gestationeerd. Ook Nederlandse mannen en vrouwen. Vrede blijkt opeens niet meer zo vanzelfsprekend als iedereen dacht.’

Infrastructuur blijft achter

Maar desondanks worden defensiedoelstellingen zelden meegenomen in het ontwerp van onze infrastructuren, terwijl de meeste infrastructuren notabene een militaire oorsprong hebben, aldus Bauer. ‘Weginfrastructuren en kunstwerken als bruggen zijn al lang niet meer gedimensioneerd op het verplaatsen van zwaar materieel. Geen brug is tegenwoordig nog berekend op het dragen van een tank. Voor transport van zwaar materieel ben je daarom aangewezen op het spoor. Maar spoorinfrastructuur is door privatiseringen versnipperd en daardoor zelden terstond beschikbaar. Je bent als defensie een partij tussen de vele partijen, of je het nu leuk vindt of niet.’

Door deze en andere redenen is het verplaatsen van materieel volgens Bauer gewoon heel lastig geworden. ‘Dat gaat ten koste van de snelheid waarmee troepen kunnen verplaatsen en is daarom een potentieel risico voor onze nationale veiligheid’.

Overdimensionering

Bauer pleit ervoor dat het nationale veiligheidsbelang als belangrijke factor wordt meegewogen bij afspraken tussen infrabeheerders en exploitanten, ook internationaal. ‘Maar beschikbaarheid gaat ook over capaciteit. Capaciteit waar je in normale situaties geen beroep op hoeft te doen, maar die je in geval van nood kunt inzetten voor nationale veiligheidsdoeleinden’. Bauer wil daarom dat bij de aanleg van nieuwe infrastructuren in een vroeg stadium wordt gekeken of ze ook ingezet kunnen worden door defensiedoeleinden, ook als hier overdimensionering voor nodig is. Dat vergt een nauwe samenwerking tussen defensie, overheden en infrabeheerders – nationaal en internationaal – en niet onbelangrijk: geld.

De CDS spreekt liever van investeringen, in nationale veiligheid. ‘Infrastructuur moet het altijd doen. We kunnen het ons als samenleving niet permitteren om achter de feiten aan te lopen.’