Foto: Architectenbureau Hoffers & Kruger

Ongebouwd Nederland #1

Eens in de zoveel tijd bedenkt iemand een idee dat zo bizar is dat het alle kranten haalt. Die berg in Flevoland, de tulp voor de Nederlandse kust en de champagneglazen van Rotterdam Centraal. In de rubriek Ongebouwd Nederland neemt Stadszaken de ideeën onder de loep en polst de status. In deze eerste editie: Die berg in Flevoland.

In 2011 opperde oud-wielrenner Thijs Zonneveld in zijn column dat het saaie, platte Nederland wel een serieuze berg zou kunnen gebruiken. Nederland moet zijn eigen berg bouwen, compleet met pistes, wegen met haarspeldbochten en een plek om op hoogte te trainen.

Het initiële, ludiek bedoelde idee werd al gauw door de media opgepakt. Binnen de kortste keren kreeg Zonneveld steun en vrijwillige bijdragen van verenigingen, architecten, bedrijven, universiteiten, banken, ingenieurs en geologen. Het plan werd omgedoopt tot de missie ‘Die Berg Komt Er’.

Met de hulp van alle instanties en na de vorming van stichting ‘Haalbaarheidsonderzoek Die Berg Komt Er’ begon het plan meer concrete inhoud te krijgen. Het idee achter ‘Die Berg Komt Er’ was om een hol ‘gebouw’ te maken met de omvang en uiterlijke kenmerken van een echte berg.

Zo’n twee kilometer hoog, vijf kilometer wijd. Binnenin de berg is er ruimte voor de productie van water, voedsel en energie en kan er afval en CO2 worden opgeslagen. Met als pijlers duurzaamheid, innovatie en sport zou de berg vanbinnen een soort groen walhalla worden en vanbuiten een plek om sporten als skiën, bobsleeën en wielrennen. 

Zonnevelds column werd in juli 2011 gepubliceerd. Al snel kreeg het idee meer bijval en in begin 2012 kwam het ingenieursbedrijf Bartels met een rapport over de haalbaarheid van het bouwen van een berg. De cijfers toonden een somber beeld: voor de bouw zou vier tot zeven biljoen euro nodig zijn.

'De cijfers toonden een somber beeld: voor de bouw zou vier tot zeven biljoen euro nodig zijn.'

Het volume van de berg zou driehonderd keer groter zijn dan die van de Chinese muur. Voor een holle berg zou zo’n ruim zeven miljard ton beton nodig zijn. Voor de productie daarvan zou er ongeveer 120 keer de totale, jaarlijkse CO2-uitstoot in Nederland vrijkomen. Eind 2012 kwam de TU Eindhoven met een nieuw rapport, waaruit ook bleek dat het plan financieel niet haalbaar zou zijn. De benodigde materialen zouden te duur worden.

Door de hoge kosten is het plan uiteindelijk gestrand. De financiële middelen ontbraken en de bouw zou te veel moeite kosten en te vervuilend zijn. Na het teleurstellende nieuws gaf Zonneveld in 2016 in het Algemeen Dagblad aan te werken aan een bescheidenere versie. ‘We werken nu aan een in eerste instantie bescheidener plan, te beginnen bij een berg van 300 meter. Wellicht kunnen we die later in fases ophogen tot 400, 600 of 1000 meter.'

Wordt vervolgd dus.