Door de hoge prijzen zou je kunnen concluderen dat klein wonen een conjunctureel fenomeen is, maar er blijkt wel degelijk sprake van een structurele trend.

Door de hoge prijzen zou je kunnen concluderen dat klein wonen een conjunctureel fenomeen is, maar er blijkt wel degelijk sprake van een structurele trend. Dat stelt Stec Groep naar aanleiding van een onderzoek in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). 10 tips voor gemeenten en aanbieders die ook kleine huizen willen.

Lees ook 'Playboy's apartment = de stad'

Uit de inventarisatie die Stec Groep maakte, blijkt dat met name in het westen van het land de oppervaktes van nieuwbouwhuizen kleiner zijn geworden (zie afbeelding helemaal onder). En het ziet er niet naar uit dat die trend weer gaat keren. Zo’n 8 tot 15% van de benodigde nieuwbouwopgave voor de komende 10 jaar (600.000 tot één miljoen huizen) bestaan uit kleine woningen. De opgave concentreert zich in de G32, met de nadruk op de G4, G32-studentensteden en steden met een historisch centrum, stellen Esther Geuting, directeur innovatie en Bart Dopper, adviseur woningmarkt. 'Denk aan steden als Leiden, Nijmegen of Alkmaar. Een dynamische binnenstad is essentieel, die moet als "verlengstuk" van de (kleine) huiskamer’ dienen'. Dat is gelijk de eerste tip die zij gemeenten en marktpartijen geven, die zich willen aansluiten bij de trend van klein wonen. Hieronder volgen in totaal 10 aanbevelingen van Geuting en Dopper:

  1. Tip voor aanbieders: het succes van micro-woonconcepten valt of staat bij locatie. Kies voor (hoog)stedelijke, multimodaal ontsloten plekken, dicht bij voorzieningen. Hoe kleiner de woning, hoe belangrijker de omgevingskwaliteit. Versterk uw micro-product met shared services, zoals gezamenlijke was-, werk- en ontvangstruimten, deelauto’s, en een huismeester. 

  2. Tip voor gemeenten: faciliteer micro-woningen vooral op deze plekken om toekomstbestendige woningen te realiseren. 

  3. Tip voor overheden en de markt: verken de vraag in uw woningmarktregio of investeringsgebied. Over welke aantallen gaat het op deze plek? Voor welke doelgroepen bouwt u? 

  4. Tip aan bouwers en investeerders: bouw adaptief. Maak het in de constructie van nieuwe gebouwen mogelijk om appartementen gemakkelijk samen te voegen. Zo behoudt u flexibiliteit bij veranderende vraag.

  5. Tip voor overheden en aanbieders: kies uitdrukkelijk voor klein wonen op plekken waar dat op lange termijn ook geschikt is. Dus locaties met een druk op de woningmarkt en een sterke onderscheidende woonkwaliteit. Zonder druk op de woningmarkt is er voor de meeste huishoudens geen noodzaak om concessies te doen aan woonoppervlak.

  6. Tip voor aanbieders : laat u inspireren door succesvoorbeelden elders, vind het wiel niet altijd opnieuw uit en houd succesfactoren in uw achterhoofd. Denk ook in concepten binnen micro-wonen, en voeg zo meer waarde toe aan uw project.

  7. Tip voor overheden: experimenteer op kleine schaal met Tiny Housing. Wees flexibel in de interpretatie van wet- en regelgeving, begeleid waar nodig.

  8. Tip voor overheden: wijs regionaal plekken aan voor Tiny Houses. Succes valt of staat bij het eigenaarschap van bewoners. Bepaal tot waar uw verantwoordelijkheid reikt en waar die van de markt begint. 

  9. Tip voor overheden: stel beleid op voor klein wonen: voorkom wildgroei van kleine woningen op verkeerde plekken, maak keuzes in locaties die u geschikt vindt. Stel daarnaast kwalitatieve voorwaarden (oppervlaktes, prijs en kwaliteit). Hierover kunt u afspraken maken met marktpartijen. Op die manier houdt u regie en geeft u richting en ruimte aan de markt.

  10. Tip voor de aanbieders: maak afspraken met gemeenten en sluit aan bij hun beleid. Zo creëert u wederzijds vertrouwen en borgt u een lange termijnrelatie waar u beiden van profiteert.

Zie afbeeldingen hieronder voor meer informatie. 

Gemiddelde inhoud woningen 1990-2015

 Gemiddelde inhoud woningen 1990-2015

Bron: ‘Gemiddelde inhoud van woningen waarvoor omgevingsvergunning is afgegeven’, CBS (2016). 

 

Ontwikkeling voorkeur verhuisgeneigden voor kleine woningen

 Ontwikkeling voorkeur verhuisgeneigden voor kleine woningen

Bron: WoON2009, WoON2012, WoON2015.

 

Drijfveren achter Micro-wonen

Drijfveren achter Micro-wonen

Bron: Stec Groep (2017)