Nederland komt in een nieuwe demografische groeispurt terecht. De bevolking zal komende jaren sneller groeien dan eerder gedacht.
Column Jan Latten

Nederland komt in een nieuwe demografische groeispurt terecht. De bevolking zal komende jaren sneller groeien dan eerder gedacht. Na de crisis op de huizenmarkt, teruggevallen bouwcapaciteit en oplopende woningtekorten, wordt de woningvraag komende jaren extra aangejaagd door meer  nieuwkomers uit het buitenland. Extra woningen moeten er sneller komen.

Per saldo ligt het aantal extra immigranten een half miljoen inwoners hoger dan eerder gedacht. Dat blijkt uit de nieuwe CBS bevolkingsprognose die vandaag is gepubliceerd. Daarmee zet het CBS haar verwachtingen over de bevolkingsgroei in een hogere versnelling. In plaats van 18 miljoen inwoners in 2034 wordt de 18 miljoenste nu drie jaar eerder verwacht. Dat werkt uiteraard ook door in een snellere groei van het aantal huishoudens en de bijbehorende woningvraag. Het gevolg zal zijn dat er minder tijd overblijft om aan de extra woningvraag te voldoen.

Na de crisis op de huizenmarkt is de bouw van nieuwe woningen ingestort. Tweehonderdduizend bouwvakkers lieten de sector achter zich en gingen iets anders doen. De woningvoorraad groeide nog wel maar hield de vraag niet bij. Wachtlijsten in de sociale huur werden langer en de jonge middenklasse bleef langer in de stad. Tegelijkertijd was al uit de bevolkingsprognose van 2014 duidelijk het aantal inwoners tot midden jaren 30 nog zou toenemen tot 18 miljoen. Daarbij zou het aantal huishoudens fors toenemen. Er werd daarom al in 2015 door diverse partijen op gewezen dat er op langere termijn wel eens tot één miljoen extra nieuwbouw woningen nodig zouden zijn.

De demografische verwachtingen zijn door de realiteit snel ingehaald. Brandhaarden in de wereld zorgden vanaf 2015 voor een onverwachte stroom van vluchtelingen naar Europa. Ook Nederland kreeg zijn deel. In 2016 en 2017 alleen al groeide de bevolking met meer dan 200.000, voor het overgrote deel immigranten, waaronder asielmigranten.

Het aantal asielmigranten mag dan momenteel iets teruglopen, dat wordt nu gecompenseerd door oplopende aantal werkenden die uit het buitenland naar Nederland komen. De conjunctuur begint warm te lopen, de werkloosheid daalt, en tekorten aan vakmensen nemen toe. Dat trekt inwoners uit andere delen van Europa. Ook op middellange termijn zullen immigranten de bevolking sterker aanvullen dan drie jaar geleden nog werd verwacht. Groei door immigranten heeft echter consequenties: in tegenstelling tot baby’s hebben immigranten meteen een eigen woonplek nodig. 

De woningbouwplannen die worden voorbereid om in 2034 voor 18 miljoen inwoners op zijn minst een kwantitatieve balans te bereiken tussen vraag en aanbod zouden, zo gezien, al in 2031 klaar moeten zijn, anders blijft het tekort bestaan. Bovendien, na 2031 gaat de groei door. Niet vreemd want immigrerende jongvolwassenen krijgen binnen enkele jaren kinderen en binnen enkele decennia kleinkinderen. Dus elke extra immigrant van nu legt alvast een bodem voor extra aanwas in het midden van de eeuw. Het CBS denkt nu aan ruim 18,4 miljoen inwoners in 2060. Toch bijna 400.000 inwoners meer dan nog maar drie jaar geleden gedacht. Zal het daarbij blijven? Veel is afhankelijk van de conjunctuur en de vraag of de geplande miljarden euro’s voor Afrika de vluchtelingen van dat continent kunnen tegenhouden. Het CBS heeft alvast de mogelijkheid van 19 á 20 miljoen inwoners niet uitgesloten, al wordt die kans door de modellenmakers van het bureau statistisch relatief klein geacht.

Jan Latten

Jan Latten is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en tevens CBS Hoofddemograaf