In de Torentuin is een gemeenschap ontstaan. En die wordt nu misschien weggebulldozerd. Het is Pluk van de Petteflet anno nu.

Het wordt tijd voor hasselbramen in de Torentuin

Op weg naar huis hoorde ik op de radio een reportage over de Torentuin. Ik leerde dat de Torentuin een paradijsje is. Waar mensen elkaar ontmoeten. Waar lekkere groenten worden verbouwd en bloemen bloeien. Waar niets wordt gestolen, op af en toe een bloemkool na. Ik had direct zin om erheen te gaan.

Maar de Torentuin wordt bedreigd. Ik hoorde een gelaten voorzitter van de tuinvereniging die zei te weten dat hij de grond mocht gebruiken zolang de eigenaar er geen plannen mee had. De redelijkheid spatte uit mijn autoluidsprekers. De tuinvereniging was helemaal niet bedoeld als succes, maar alleen maar om met een braakliggend stukje grond iets moois te doen. En dat lukte toevallig heel goed. Hoewel de afspraak met de eigenaar was om de grond terug te geven als het weer beter zou gaan met de economie, was het toch jammer dat niet alleen de tuin, maar ook de gemeenschap die de tuin verzorgt uit elkaar zou vallen.

Die eigenaar bleek de gemeente. En nu het weer beter gaat met de economie wil de gemeente een gebouw neerzetten op de tuin. Want dat levert geld op. Dat bedrag staat nu eenmaal in de boeken, zo zei de wethouder. En zo’n bedrag krijg je er dan niet zomaar uit. En ja, hij vond het ook jammer. Ik moest denken aan Pluk van de Petteflet; de Torentuin werd de Torteltuin.

Ik moest ook denken aan onze koning die vindt dat we een participatiesamenleving moeten zijn. Daar waren ze in de Torentuin aardig in geslaagd met elkaar. Een mevrouw vertelde dat er (naast de bloemkool) ook een keer een tuinkabouter was gestolen, maar de postbode had hem teruggevonden. Ik moest weer denken aan Pluk van de Petteflet.

Hoe kan het dat een gemeente waar zomaar zo’n mooi initiatief ontstaat, dat weg wil bulldozeren? Hoe kan het dat een wethouder van zo’n gemeente op de nationale radio vertelt dat hij zich nu eenmaal aan afspraken met de raad moet houden? Terwijl hij natuurlijk ook wel weet dat die afspraken rekbaar zijn. Dat er wel vaker dingen in zijn gemeente gebeuren die geld kosten. Zoals in elke gemeente. Gelukkig maar. Een gemeente is geen bedrijf, maar een samenleving, en die kost geld.

Hoe kan het dat een wethouder de waarde van zo’n initiatief niet op waarde weet te schatten? Niet figuurlijk, maar ook niet letterlijk? Hoe kun je zo niet aanvoelen waar het heen gaat met de samenleving? Hoe kan een gebouw nog steeds meer waard zijn dan een gemeenschap? Ik snapte er niets van. En nog steeds niet. Maar ik hoop dat ze in de Torentuin een Pluk van de Petteflet vinden die hasselbramen poot zodat iedereen weer kind wordt en de wethouder het malle plan afblaast.

Jan-Willem Wesselink is hoofdlaborant van het Kennislab voor Urbanisme

Lees hier meer blogs over Urbanisme