De investeringsbereidheid van burgers is groot, maar niet in geld. Dat blijkt uit onderzoek i.o.v. BZK naar een mogelijke Wet Wijkinvesteringszone.

De investeringsbereidheid onder burgers is groot, maar niet in geld. Dat blijkt uit een onderzoek van Platform31 en Stipo, in opdracht van het ministerie van BZK. Bewoners zetten vooral tijd, netwerk en expertise in om hun leefomgeving te verbeteren.

In het onderzoek zijn verschillende experimenten gedurende drie jaar geanalyseerd. In Rotterdam ging het om initiatieven die zich richten op de aanpak van gevels en binnentuinen door particuliere eigenaren, buiten Rotterdam om pilots gericht op kwaliteitsverbetering van de woonomgeving. De uitkomsten van het onderzoek onderstrepen dat bewoners bereid zijn veel tijd, inzet van eigen expertise of materiële goederen – zoals gereedschap – in te zetten, maar géén geld. Vooral in achterstandswijken hebben buurtbewoners de financiële middelen niet om projecten met een collectief of publiek belang te (co)financieren.

Experimentwet Wijkinvesteringszone

Aanleiding voor het uitgevoerde programma waren signalen uit de gemeente Rotterdam in verband met slechte staat van onderhoud van appartementen van particuliere eigenaren in specifieke wijken. Gekozen werd voor een onderzoek naar een experimentenwet Wijkinvesteringszone (WIZ) om dit aan te pakken. Een WIZ is bedoeld voor een publieke ruimte die door een groep bewoners als ‘van hen’ wordt ervaren. Juridische verankering van een experimentwet WIZ in relatie tot particulier eigendom bleek al vrij snel in het traject niet mogelijk, omdat een eigenaar niet kan worden gedwongen om tijdig zijn eigendom (woning, gevel, binnentuin) te onderhouden.

Maatschappelijk draagvlak om een extra bijdrage te betalen, zoals ondernemers/eigenaren van vastgoed dat doen in het geval van de BIZ, bleek ook niet aanwezig te zijn. De noodzaak om een experimentenwet WIZ te realiseren neemt daarnaast nog verder af door de aanwezigheid van andere bestaande financieringsvormen, samenwerkingsconstructies en organisatiestructuren die veel overeenkomsten vertonen met de WIZ. Ook blijkt uitvoering ervan kostbaar, tijdrovend en schiet het door de complexiteit zijn doel voorbij als het gaat om eenvoudige collectieve projecten als het opknappen van een plantsoen, plein of park. Om deze redenen geeft minister Blok in zijn brief aan de Tweede Kamer aan geen invulling te gaan geven aan een experimentwet WIZ.

Alternatieve financiering, brug te ver?

In het onderzoek werd daarnaast gekeken naar alternatieve financieringsstromen voor investeringen buiten de sfeer van de overheid. Denk aan lokale fondsen, vermogensfondsen, coöperatieven, wijk- en buurtondernemingen en vormen van crowdfunding. Deze gewenste ‘derde geldstroom’ werd in de pilots niet gerealiseerd. Lokale fondsen kwamen wel als idee naar voren, maar deze werden nog niet vertaald naar concrete acties waarin financiële steun voor bewonersinitiatieven werd gerealiseerd.

De Kamerbrief en evaluatie van het onderzoek zijn te downloaden op www.rijksoverheid.nl