Foto: Universiteit Utrecht

Universiteit Utrecht wil in 2030 CO2-neutraal zijn. Naast een forse besparing op het energiegebruik zet de universiteit in op warmte-koudeopslag (WKO). Niet alleen de nieuwe, maar ook bestaande gebouwen worden beoogd aan te sluiten op het WKO-systeem. Een hele klus.

Dit artikel verscheen eerder in tijdschrift Milieu. Klik hier voor meer informatie over dit vakblad.

Op het gebied van verduurzaming wil de Universiteit Utrecht voor studenten, medewerkers en bezoekers een inspirerend voorbeeld zijn. Ook op energiegebied. “We hebben voor De Uithof een energievisie voor de lange termijn opgesteld”, vertelt Fréderique Houben, hoofd taakgroep energie.

“Dit heeft een roadmap naar een volledig duurzame energievoorziening opgeleverd, gebaseerd op de Trias Energetica. Dit betekent dat onze inzet zich in eerste instantie richt op energie besparen, vervolgens op verduurzamen en alleen wat dan nog rest, invullen met fossiele energie.”

Energiebeheer

Houben stuurt energiecoördinatoren aan voor het energiebeheer in de gebouwen en een team ‘energiebedrijf’ dat energie produceert en gas en water levert. Daarnaast ontwikkelt ze samen met een programmamanager nieuwe initiatieven om het energiegebruik van de universiteit verder te verduurzamen.

“Een toffe baan”, zegt ze zelf. WKO is een van de pijlers onder de energievoorziening van de Uithof, de universiteitscampus van Utrecht. Welke resultaten zijn inmiddels geboekt? Houben: “We gebruiken WKO vooral als seizoensopslag. We slaan overtollige warmte in de zomer op om gebouwen in de winter te verwarmen, terwijl we de koude uit de winter opslaan om gebouwen in de zomer te koelen.”

Ringstructuur

Overigens is duurzaamheid niet iets nieuws voor De Uithof. “De universiteit beschikte al in 1986 over WKK om zowel elektriciteit als warmte op te wekken. Sinds 2002 is het zogeheten ‘sternet’ gerealiseerd, een WKO-net in de vorm van een ster die de gebouwen met elkaar verbindt. Dat was best bijzonder voor die tijd,” vertelt Houben.

In 2015 zijn er nieuwe gebouwen bij gekomen, waardoor extra capaciteit nodig was. “De oplossing daarvoor was de aanleg van een open ringstructuur van het WKO-net. Hierbij wisselen gebouwen de warmte en koude eerst intern en daarna onderling uit, voordat ze gebruik maken van de warmte en koude uit het WKO-net en tenslotte de bronnen. Op die manier dient WKO als buffer, omdat de gebouwen via het aangelegde netwerk ook onderling warmte en koude kunnen uitwisselen. Dat betekent dat gebouwen gelijktijdig kunnen worden verwarmd en gekoeld.”

Praktisch betekent dit dat individuele WKO’s hydraulisch en energetisch zijn gekoppeld, waardoor de capaciteit van het energiesysteem sterk is vergroot. Daarbij maakt zij ook gebruik van innovatieve proefprojecten zoals FOME BES. In dit project verbeteren diverse kennispartners hun WKO-systemen via monitoring met glasvezelkabels. 

Ander voordeel van het ringnet is dat hiermee het probleem met drukverschillen die bij het sternet bestonden zijn opgelost. Het is een flexibel systeem, waarbij nieuwe gebouwen en warmtebronnen eenvoudig op de WKO-ring zijn aan te sluiten. Het is een ideale oplossing, zegt Houben. “WKO is op dit moment voor de universiteit een no-regretoptie. We willen zoveel mogelijk gebouwen hierop aansluiten.”

Bij nieuwbouw is het simpel, maar voor de bestaande bouw ligt dit anders. “Voor dit laatste hebben we een pilotproject uitgevoerd. Dit lijkt te gaan werken maar is complex, omdat andere factoren de resultaten hebben beïnvloed. Hierdoor weten we nog niet exact of het kan lukken. Er zal nogmaals in de praktijk gekeken moeten worden of het werkt.”

WKO Duurzaamheid Award

De aanpak komt allerminst neer op water naar de zee dragen, integendeel. ‘Haar’ universiteit heeft inmiddels 9 procent van haar energiegebruik verduurzaamd met WKO. De inzet van Houben en haar team werd afgelopen najaar zelfs bekroond met de WKO Duurzaamheid Award. De prijs ziet Houben als een aanmoediging voor haar werk.

“Het leuke van mijn baan is dat het heel breed en divers is en we als team resultaten boeken die echt impact kunnen hebben. Ook merk ik dat de tijd rijp is om het energiegebruik te verduurzamen. Het maatschappelijk besef van de energietransitie is groot. Het gaat de goede kant op.”

Wel is volgens Houben voor de verduurzaming structuur nodig, vergelijkbaar met het voeren van een bedrijf. “We hebben te maken met total cost of ownership, investeringen die zich binnen de levensduur moeten terugverdienen. Dat zorgt ervoor dat we zakelijke afwegingen moeten maken voor de investeringen.” 

Bodemenergieplan

Voor de Uithof is een bodemenergieplan ontwikkeld dat locaties voor warme en koude bronnen in beeld brengt. Dat plan, tevens omarmd door de provincie Utrecht, geeft de universiteit grip op toekomstige ontwikkelingen in de ondergrond. “Een volgende stap is hier de capaciteit aan toe te voegen. Als grondeigenaar moet de universiteit goed nadenken over het zo optimaal mogelijk gebruiken van haar asset om toekomstige ontwikkelingen mogelijk te blijven maken.”

De aardgasgestookte installaties worden op termijn zoveel mogelijk uitgefaseerd, zegt Houben. Dat sluit ook aan bij de ambitie van de gemeente Utrecht om wijken van het gas af te halen. “De alternatieven voor aardgas zijn stadsverwarming, maar ook kunnen woningen worden voorzien van aparte WKO’s, zoals gebeurt in Vleuten en Leidsche Rijn. Dit gaat nu nog langzaam, maar het kan sneller. Hiervoor is het nodig dat de regie bij de overheid komt te liggen. Dan zou er meer flexibiliteit in energiesytemen mogelijk zijn. Dat brengt de toepassing van WKO verder.”

Voor een grootschalige toepassing van WKO zijn ook financiële prikkels nodig, zegt Houben. “Gas is gezien de hoeveelheden relatief goedkoop voor de universiteit. Het moet eigenlijk duurder worden, via de belasting of CO2-beprijzing. Ik verwacht wel dat dit er komt op Europees niveau.”

Ook rekent Houben op een positieve stimulans van de wetgeving, zoals voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). “Hierdoor zullen bedrijven ook meer WKO gaan toepassen. Maar de groei zal niet snel gaan, verwacht ik, omdat het voornamelijk gekoppeld is aan nieuwbouw en renovatie van gebouwen. Ik zie de ontwikkeling van WKO meer als een evolutie.”

Norbert Cuiper

CO2-beprijzing Universiteit Utrecht is een van de koplopers met verduurzamen. Ze wil in 2030 CO2-neutraal zijn. Dat het ernst is met deze ambitie, is te merken aan Anton Pijpers, vicevoorzitter van het College van Bestuur. Tijdens het interview met Fréderique Houben loopt hij haar werkkamer in het Bestuursgebouw binnen. Hij toont een artikel uit het Financieele Dagblad over de Carbon Pricing Leadership Coalition, een mondiale alliantie van overheden, bedrijven en universiteiten om de CO2-uitstoot te beprijzen. Voorzitter van de coalitie is Feike Sijbesma, ceo van DSM. “Daar moeten we ook aan meedoen,” zegt Pijpers. Houben vindt het eveneens een goed idee om hierbij aan te sluiten. “We zijn er onze gedachten over aan het vormen.”

Dit artikel verscheen eerder in tijdschrift Milieu. Klik hier voor meer informatie over dit vakblad.