Winnaar ABN AMRO Circular Economy Award: Plug-In-City

Zet een stel overgebleven zeecontainers en creatievelingen bij elkaar en er ontstaat iets. Een ‘stad in een stad’, een proeftuin, een hechte community. Jaarlijks goed voor 50.000 bezoekers. Dat is de Plug-in-City. Een Eindhovens feestje? Nee. ‘Het concept van de Plug-In-City is hier ontstaan, maar je kunt het overal toepassen. Als je maar visie hebt en gewoon doet.'

Dit artikel verscheen eerder in vakblad BT. Vraag een gratis papieren of digitaal exemplaar aan via deze link

Daar waar de Philipsfabrieken de stad Eindhoven inruilden voor Oost-Europa en Azië ontstond Strijp-S. Een nieuwe vorm van ontwikkeling van de stad, waar niet de grote commerciële ketens en retailers centraal kwamen te staan, maar de mensen. Lege vlekken in deze nieuwe, creatieve stad werden ingevuld door nieuwbouw en grote torenachtige gebouwen. Woonruimte voor de tientallen internationale identiteiten die Eindhoven als een magneet naar zich toe trekt met de High Tech Campus en bedrijven als ASML.

Kwartiermakers

Gelukkig is de nieuwe stad nog niet af. Er zijn nog lege vlekken in het gebied over. ‘Rauwe randjes’, zoals Bas Luiting, mede-initiatiefnemer van The Circular Building, ze noemt. Met deze proeftuin voor circulaire huisvesting (The Circular Building) is hij als één van de ondernemers zakelijk woonachtig in Plug-In-City, een initiatief van woningcorporatie Sint Trudo. Dit zeecontainercomplex op Strijp-S huisvest op één van de lege plekken een circulaire, creatieve community en won daarmee de ABN AMRO Circular Economy Awards 2017 in de categorie Werklocatie. Het zijn de (kwartier)makers van het gebied Strijp-S.

In hofjes gestapelde, hergebruikte zeecontainers worden bewoond door Pluggers, een hechte community met ontwerpers, makers, architecten, ambachtslieden, kunstenaars en ondernemers. Wie een initiatief wil huisvesten in de Plug-In-City moet toegevoegde waarde leveren aan de community en een voorstel doen aan de groep, die alle beslissingen gezamenlijk nemen op basis van consensus. In Plug-In-City worden afgedankte materialen vermaakt tot nieuwe objecten, helpen Pluggers elkaar, ontstaan innovaties (en falen ideeën) en vinden ontmoetingen plaats tussen onder meer (maak)economie en traditionele bedrijven.

‘De creatieve sector is al lang circulair. Het zit als vanzelfsprekend in hun DNA.’

Circulair vanuit het DNA

‘Circulair zijn de Pluggers zeker. Maar geen van hen heeft zichzelf ooit zo genoemd. De creatieve sector is al lang circulair. Het zit als vanzelfsprekend in hun DNA. Er zit hier bijvoorbeeld iemand die van hout allerlei spullen maakt. Ik weet zeker dat die nog nooit nieuwe grondstoffen heeft gekocht’, vertelt Luiting enthousiast. Naast Plugger is hij zelf ook één van de beheerders van het gebied.

Thom Aussems, directeur van Trudo en de man die het industriële erfgoed in de Philipsstad redde van sloop, is initiatiefnemer van Plug-In-City. ‘Na overleg met Thom, een visionair in hart en nieren, maakten we met wat kozijnen en containers die over waren op Strijp-S een paviljoen voor en door bewoners van het gebied.  Een groot succes. Al vrij snel daarna, in 2015, is Plug-In-City doorontwikkeld tot een creatieve stad waar circulariteit centraal staat. Want praten over circulaire economie is leuk, maar doen is de 2.0 versie.’

Hands-on de circulaire economie handen en voeten geven. Dat is wat hoofdzakelijk gebeurt in de Plug-In-City. ‘Techniek, design en kennis komen hier samen om te maken. Datgene waar we goed in zijn, maken we zo zichtbaar en tastbaar mogelijk voor bezoekers en passanten. Met als doel ze te inspireren mee te doen, ideeën te adopteren of anders te laten denken. Jaarlijks komen hier wel 50.000 bezoekers. Er zit direct naast Plug-In-City een vershal waar lokale producten worden verkocht, er worden producten gemaakt, er zitten stadslandbouwers, er worden events georganiseerd: er gebeurt van alles. Ook veel bedrijven komen hier met een reden: om uit hun comfortzone te stappen. Ze worden geprikkeld door deze nieuwe vorm van economie.’

‘We moeten accepteren dat tijdelijkheid onderdeel is van stadsontwikkeling.’

Subsidies moeten ze niets van weten. ‘Als je circulaire economie wilt stimuleren moet je een circulair bedrijf orders geven en zorgen dat ze omzet kunnen maken. Een gezonde onderneming maakt dan vanzelf winst. Met die winst kan je verder innoveren. Werkt het niet, dan valt het om. Dat is niet erg, je mag hier de fout in gaan. Het is een plek om te experimenteren.’

Tijdelijkheid is stadsontwikkeling

Leegstaande plekken zijn er genoeg in Nederland. Maar ze bevinden zich niet allemaal op een plek waar zich al een creatieve sector gevestigd heeft en internationale evenementen als Dutch Design Week plaatsvinden, zoals Strijp-S. In hoeverre kan de Plug-In-City ook elders succesvol worden toegepast? Luiting: ‘De belangrijkste les is dat we moeten accepteren dat tijdelijkheid onderdeel is van stadsontwikkeling. Je hebt altijd te maken met lege vlekken in de stad. Nu bestempelen we dat vaak als negatieve ontwikkeling, maar ik denk dat het juist heel goed is die ruimte te houden. Lege kavels bieden ruimte voor flexibiliteit. In plaats van een gebouw neer te zetten dat vijftig of honderd jaar mee moet, kun je ook kiezen voor iets dat als LEGO in en uit elkaar gezet kan worden. Of dat dan zeecontainers of andere materialen zijn, dat maakt niet uit. Eigenlijk is de plek waarop je zo’n initiatief start niet relevant, het gaat om de mensen die het succesvol maken. Je heb een visionair nodig en moet het gewoon doen.’

De jury over Plug-In-City: ‘Dit is de enige manier waarop modulair en remontabel bouwen echt nut heeft’

Juryvoorzitter van de ABN Amro Circular Economy Awards Cees-Jan Pen noemde Plug-in-City niet voor niets een ‘reizend circus’. Flexibel als ze is verhuizen de Pluggers volgend jaar, al zijn het maar enkele meters. ‘We gaan naar het centrale Ketelhuisplein, een plek die centraler ligt in het gebied en die ons meer zichtbaarheid geeft. We hebben daar meer ruimte hebben om te laten zien wat we doen. Daar gaan we de stad opnieuw opbouwen, in een andere configuratie. Voor de plek waar we nu zitten, liggen nieuwe (bouw)plannen.

Op Plug-in-City:

>> Wordt geëxperimenteerd met circulaire studentenhuisvesting. CON/VERT is een zeecontainer die als studentenwoning wordt hergebruikt op leegstaande plekken in de stad. Op z’n kant is de container een mini-flat met drie woonlagen. Voor inrichting en afwerking worden grondstoffenstromen uit urban mining gebruikt. Oftewel, dat wat op de plek aanwezig en overbodig is. Een initiatief van stichting The Circular Building.

>> Is een gemeenschappelijk paviljoen (Het Glaspaviljoen) dat werd gebouwd met o.a. geleende kozijnen uit een Eindhovense woonwijk dat werd gerenoveerd, bouwcontainers van de woningbouwstichting en reststromen van bouwmaterialen. Het complete interieur van dit paviljoen is geleend van omwonenden, tot en met grootmoeders tafelstoelen, koelkasten en het koffiezetapparaat toe.

>> Is een Circular Building waar ook externe ontwerpers en makers kunnen experimenteren met hun innovaties die betrekking hebben op circulair bouwen en inrichten. Niet alleen met materialen verkregen via urban mining maar ook met bijvoorbeeld de nieuwste ontwikkeling op gebied van verwarmen met infraroodtechnologie.

>> Worden vloeren gemaakt van hout uit een vijftigerjarenvilla uit Oss (die eerder vanaf het begin van de twintigste eeuw had gediend als vloer in een klooster), van oma Rietje’s oude meubelen, merbau trappenhuizen uit Diemen, een oud hardhouten bankirai terras dat twintig jaar in Antwerpen gebruikt was, de oude voetbalkantine van Top Oss, kozijnen van een klant van interieurarchitect Ilse en een oude deur van de EO. Vanuit de gedachte dat hout nooit afval kan zijn, maakt Herso vloeren, meubels en interieurs.

>> Worden startende designers groot in De Snelkookpan. Deze autonome ruimte met etalages van 3 x 3 meter is een podium om werk te tonen, maar ook geschikt als expositieruimte of als studio. Voor afstuderenden of pas-afgestudeerden die willen laten zien wat ze kunnen.