Zef Hemels ‘grote stad-evangelie’ zoals beleden in NRC roept niet direct warme gevoelens op in het land, blijkt. Dat is niet vreemd. We hebben het goed in onze middelgrote steden. Maar Hemels ideaal moet serieus worden genomen. Laat Amsterdam maar groeien, maar wel op onze eigen duurzame manier.

Met veel interesse volgde ik een discussie op Twitter naar aanleiding van een een kritisch stuk op Stadzaken.nl aan het adres van Zef Hemel. Hemels ‘grote stads-evangelie’ zoals beleden in NRC (lees dat stuk!) roept niet direct warme gevoelens op in het land. Dat is niet vreemd.

De meeste mensen hebben het hartstikke goed in ons paradijs van middelgrote steden. Maar terwijl wij slapen, schieten de megacities in Azië en zelfs op het zuidelijk halfrond als paddestoelen uit de grond. Hier vinden interacties plaats als brandstof voor de nieuwe netwerkeconomie. Hemel wekt de suggestie dat als wij niet snel een eigen megacity kweken, we over 30 jaar misschien wel noodgedwongen onze oude dag moeten slijten als straatveger in Manilla. Zo’n gekke gedachte vind ik dat niet. Twee van mijn beste vrienden hebben al de wijk genomen. Een zit in Shenzhen en werkt daar 16 uur per dag als een moderne arbeidsmigrant. De andere woonde in Dehli, Puna, Dublin en vaart nu ergens op de Middellandse zee. Dat terzijde.

Geen bewijslast nodig

Op Stadszaken betogen Ries van der Wouden en Edwin Buitelaar van het PBL dat Hemels claim dat onze economie gebaat is bij grote steden geen wetenschappelijke basis heeft. Dat klopt: Hemel bedient zich in zijn NRC-vehaal van geen enkele empirische bewijslast. Maar hoeveel bewijs heb je nodig om te zien dat massa meer massa aantrekt?

Hemel slaat de plank ook mis. Zo legt hij de kwestbaarheid van steden als Eindhoven en Heerlen die een zware periode te voorduren kregen na respectievelijk het vetrek van Philips en het sluiten van de mijnen naast het incasseringsvermogen van een grote stad. Kul natuurlijk. Ook Rotterdam en Amsterdam kennen hun concentraties werklozen en kansarmen die niet meeprofiteren van de ‘triomf van de stad’, zoals het PBL eerder dit jaar liet zien.

Hemel slaat mijns inzienst door als hij suggereert dat een grote stad duurzamer is, omdat het minder beslag legt op de ruimte en daarmee eigenlijk superieur is aan het versnipperde model met haar infrastructuren om kernen te verbinden zoals wij in Nederland kennen. Allemaal waar, maar er is voldoende ruimte, waarom moeten we dan zo nodig op een kluitje wonen? Planologen hebben soms de neiging om voor te willen schrijven hoe wij moeten wonen. Hou daar toch mee op.

Maar door de bank genomen moet ik Hemel gelijk geven. De grote stad biedt ontegenzeggelijk veel schaalvoordelen. Massa, connectiviteit, dichtheid. Dáár draait het om. Opeenvolgende telecom- en digitale revoluties hebben dat niet veranderd, integendeel.

In een grote stad zijn per definitie meer interessante mensen, voor mij, voor u, en voor een hoop bedrijven, die de grote stad dan ook opzoeken. Het risico van vertrek naar een nog grotere stad ligt altijd op de loer. En Nederland is geen stad, zoals vaak wordt beweerd. Daarvoor ontbeert ze massa, dichtheid en connectiviteit.

Wie in de middelgrote stad achterblijft, vraag zich misschien af waarom de mensen en de bedrijven zijn vertokken. Het antwoord kan die achterblijver vaak niet geven. Want die middelgrote stad, die functioneert voor hem of haar. De middelgrote stad is goed genoeg. Maar anderen vragen soms meer.

Laat Amsterdam groeien, maar wel op een duurzame, Nederlandse manier.

Jan Jager
Hoofdredacteur Stadszaken

Klik hier voor meer berichten in de categorie Economie.