Vorige week sloten twaalf provincies evenzoveel ‘retaildeals’ met minister Kamp. Waarom zo laat? We vroegen het gedeputeerde Sander de Rouwe van Fryslân.

Sander de Rouwe: 'Onafhanelijke arbiter nodig in winkelleegstand'

Vorige week sloten twaalf provincies evenzoveel ‘retaildeals’ met minister Kamp. Waarom zo laat? We vroegen het gedeputeerde Sander de Rouwe van Fryslân, die als woordvoerder optreedt namens de provincies. 'Alleen de Omgevingswet kan nog een obstakel vormen.'

‘In de retaildeals spreken de provincies en de minister af het aantal vierkante meters winkeloppervlakte drastisch naar beneden te brengen. Om een en ander te bereiken, gaan provincies gemeenten desgewenst ondersteunen bij het wegwerken van de overcapaciteit aan winkelgebied en zorgen voor afstemming tussen gemeenten bij locatiekeuzes voor nieuwe winkels’, citeerden we vorige week een persbericht van het Interprovinciaal Overleg (IPO).

Zet de provincie dwingende instrumentaria in zoals een aanwijzing of provinciaal inpassingsplan?

‘We gaan veel stimuleren en faciliteren, maar sluiten ook niet uit om in te grijpen als het beleid de regionale doelstellingen voor een duurzaam winkellandschap schaadt. In een uiterste geval zou de provincie ervoor kunnen kiezen om een streep door plancapaciteit te zetten.’

Kan dat nu nog niet dan?

‘Ja, maar los van een aantal incidenten zoals een outlet in Zevenaar en de sportzaak van Decathlon op het Haagse Forepark, acteerde de provincie niet erg scherp op retail. Dat was logisch. Vijf jaar geleden was de leegstand van winkels niet zodanig dat provincies de noodzaak voelden tot ingrijpen. Detailhandel was een verantwoordelijkheid van winkeliers en de gemeente. Maar omdat de leegstand en daarmee gepaard gaande regionaal-economische problematiek nu zichtbaar wordt, is er een legitimatie voor provincies om in te grijpen’.

‘Maar met de komst van de Omgevingswet is het voor sommige provincies nog onduidelijk of er voldoende instrumentarium overblijft om als provincie beperkende maatregelen op te kunnen leggen ten aanzien van de plancapaciteit. In de retaildeals doet minister Kamp van EZ met steun van de minister van IenM de toezegging dat er voldoende instrumentarium overblijft voor provincies om actief te kunnen ingrijpen. Mocht dat niet volstaan, dan worden er extra voorzieningen getroffen.’

De provincies hameren op het gebruik van ‘objectieve kengetallen’. Deugen onze cijfers niet?

‘Wat rammelt is dat op dit moment geen onafhankelijke landelijke monitor bestaat die een betrouwbaar beeld schetst van de stand van de retailmarkt. We moeten het vooralsnog doen met behoeftenonderzoeken van gespecialiseerde bureaus en provinciale koopstromenonderzoeken die niet aan de landelijke richtlijnen voldoen, want die landelijke richtlijnen bestaan niet. Zo hebben we te maken met een keur aan claims van de waarheid. Wat nodig is, is een betrouwbaar en vooral uitwisselbaar beeld van de werkelijkheid. We hebben objectieve kengetallen nodig die door iedereen onderkend worden en zijn uitgesplitst naar de verschillende regio’s, want met gemiddelde cijfers kun je niks.’

Wat zeggen de retaildeals over de bouw van outletcentra buiten de stadscentra?

‘We hebben niet één beleid, want elke regio is anders. In aanvulling op een algemeen hoofdstuk maken de provincies ieder individuele afspraken met de minister. Zo stuurt de provincie Limburg sterk aan op het terugbrengen van vierkante meters. Er wordt veel verwacht van marktpartijen die moeten bewegen. De provincie stelt procesgeld beschikbaar zodat stakeholders om tafel kunnen.’

EIB-directeur Taco van Hoek beklaagde zich er in vakblad BT onlangs over dat de Ladder voor duurzame verstedelijking vooral belangen van zittende ondernemers beschermd. Een slechte onderneming kan zo voort blijven bestaan. Hoe voorkomen dat deze deals zo’n ‘protectionistische’ uitwerking hebben?

‘Ik zie dit niet. Aanbieders nemen ook verantwoordelijkheid voor de eventuele slechte kwaliteit. Ze zijn allemaal aangesloten bij de Retailagenda, vaak concurrerende partijen. Van het weren van concurrentie lijkt geen sprake.’

Welke regelingen kunnen we verwachten ten aanzien van reeds bestaande leegstand?

‘Ook daarin gaan we nieuwe wegen bewandelen. De provincie Overijssel en Limburg stellen pas (proces)geld beschikbaar als gemeenten en aanbieders het aantal bestaande meters terugbrengen. Verder kun je denken aan het toepassen van nieuwe instrumenten als stedelijke herverkaveling en dan hebben we natuurlijk de leegstandsverordening.’

De bestaande gemeentelijke retaildeals oogsten nog niet heel veel succes. En een brandbrief van Detailhandel Nederland aan gemeenteland eerder dit jaar werd in de vakwereld met lichte hoon ontvangen. ‘Je moet bij de provincie, de bank en de vastgoedsector zijn’, was de kritiek. Hoe worden de provinciale retaildeals wél een succes?

‘Ik ben het niet met die stelling eens. Inmiddels hebben 120 van de 300 gemeenten die meedoen een deal gesloten. Dat is substantieel en geen doekje voor het bloeden. Maar het is nog allemaal erg vers. Tegelijkertijd zeg ik er wel bij dat het tekenen van een deal op zich niks zegt. Het is maar een middel. De praktijk moet uitwijzen hoe dapper de lokale ondernemer en de gemeente zijn.’

Dat hoeven ze niet, want het is hun verantwoordelijkheid niet…

‘Het begint in principe bij afspraken tussen gemeenten, maar inderdaad, regionale regie kun je niet van gemeenten afdwingen. Daar is een onafhankelijke arbiter voor nodig.’