Z-Limburg zet een volgende stap in terugbrengen van het aantal winkelmeters. Maar wat zijn de risico's? Vijf vragen aan hoogleraar bouwrecht Arjan Bregman.

Na het ALDI-convenant (zie onder) en deals met andere supers in regio Parkstad, gaat de strijd tegen winkelleegstand in Zuid-Limburg door. Verleden week werden 18 gemeenten het eens over publiekrechtelijke planologische aanpak met het wegbestemmen van overtollige meters als uiteindelijke doel. Wat zijn de risico's?

Afgelopen vrijdag schaarden de laatste 3 van 18 Zuid-Limburgse gemeenten zich achter de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (Limburgse gemeenten eens over wegbestemmen winkels). Die voorziet onder meer in het aanwijzen van een hoofdwinkelstructuur waarbuiten in principe geen nieuwe vierkante meters worden toegevoegd, en de mogelijkheid om op termijn via zogeheten gemeentelijke 'veegplannen' overtollige detailhandelmeters weg te bestemmen.

De structuurvisie heeft de steun van het MKB. Maar wat zijn de risico's? We vroegen het hoogleraar bouwrecht Arjan Bregman, die tevens als een van de adviseurs bij de totstandkoming van de structuurvisie betrokken is geweest. 

1. Allereerst: hoe uniek is deze Limburgse samenwerking?

'In Limburg is geen sprake van een provincie die van bovenaf dicteert, zoals Utrechtse gedeputeerde Bart Krol deed met het provinciaal inpassingsplan (PIP) waarmee de provincie Utrecht een streep zette door nieuwe kantorenlocaties. In Zuid-Limburg zijn het 18 individuele gemeenten die samen tot afspraken zijn gekomen voor het oplossen van een problematiek die de gemeentegrenzen overstijgt. In de regio Arnhem-Nijmegen hebben 19 gemeenten soortgelijke afspraken gemaakt, maar dat bleef beperkt tot het terugbrengen van het aanbod werklocaties, net als in de metropoolregio Amsterdam (Plabeka). In die zin is de aanpak in Zuid-Limburg uniek, maar ook noodzakelijk. In veel delen van Nederland zie je geleidelijk aan weer een ruimtetekort ontstaan. In Zuid-Limburg staat tegenover economisch herstel bevolkingskrimp. Tel daar de structurele vraaguitval en vooral vraagverandering in de retail bij op, en je komt tot de conclusie dat je hebt te maken met een vraagstuk dat je niet lokaal kunt oplossen. Ik vind het heel belangrijk dat 18 gemeenten een gezamenlijke probleemanalyse hebben en een gezamenlijke oplossingsrichting formuleren, die men ook concreet maakt.'

2. Regionale afspraken blijken in de praktijk vaak boterzacht. Vreest u niet dat dit ook in Zuid-Limburg het geval zal zijn?

'Wat betreft hardheid en zachtheid moet je het verschil maken tussen de hardheid van bestuurlijke wil en hoe hard afspraken juridisch geformuleerd zijn. Een structuurvisie is slechts een indicatieve planfiguur. Maar bestuurlijk kan daar een sterk commitment aan ten grondslag liggen.'
'De Zuid-Limburgse structuurvisie is 'zelfbindend', wat betekent dat je er als gemeente gemotiveerd van kunt afwijken.'

3. De economie trekt aan. Zou dat een motief kunnen zijn om de afspraken terzijde te schuiven? 

'Het kan best zijn dat er zich een marktpartij aandient die de gemeente onder druk zet om planologische goedkeuring te geven voor een nieuwe economische activiteit buiten de in het structuurplan vastgelegde hoofdstructuur. In maart hebben we bovendien nieuwe raadsverkiezingen. Er ontstaat een nieuwe situatie waarin je hoopt dat men elkaar vasthoudt. Wat bestuurders in Zuid-Limburg zich zouden moeten realiseren is dat de economische situatie kan veranderen, maar de demografische situatie hetzelfde blijft.'

4. In Utrecht haalde de gedeputeerde de kastanjes uit het vuur voor gemeenten die planschadeclaims vrezen. Wat is het risico op planschadeclaims in Limburg? 

'Voor het voorkomen van planschadeclaims is de structuurvisie een onmisbare schakel, omdat ze 'voorzienbaarheid' regelt. Zodra je in een structuurvisie aanwijst wat er op een bepaalde locatie staat te gebeuren, hebben eigenaren en andere rechthebbenden nog een bepaalde tijd om hun huidige rechten te claimen, op basis van het vigerende bestemmingsplan. In de jurisprudentie is uitgekristalliseerd dat die termijn van voorzienbaarheid ongeveer één jaar is. Daarna kunnen gemeenten een voorbereidingsbesluit nemen voor een ontwerpbestemmingsplan of een 'veegplan', waarin bestaande bouwtitels als het waren worden 'weggeveegd', mits deze in de tussentijd niet geclaimd zijn. Een eigenaar of rechthebbende kan daarna proberen aan te kloppen bij de rechter, maar die zal zeggen dat deze passief zijn of haar risico heeft aanvaard.'

5. Hoe houdbaar is de Limburgse constructie in het licht van de komst van een de nieuwe Omgevingswet?

'Zeer houdbaar! De invoering staat gepland voor 2021. Dat duurt nog wel even. En ook in de nieuwe Omgevingswet lijken ten aanzien van planschade – dan nadeelcompensatie geheten – voor het thema voorzienbaarheid niet wezenlijk te veranderen.'

Jan Jager

 

De Parkstad-aanpak
Vanuit regio Parkstad - een samenwerking van acht gemeenten in de voormalige Oostelijke Mijnstreek - is afgelopen jaren al stevig ingezet op het terugdringen van het overtollig winkelareaal en een algehele verbetering van de winkelstructuur. Het doel is tweeledig: 1) het vergroten van de leefbaarheid en 2) het versterken van het vestigingsklimaat voor Aldi-dealondernemers en daarmee binnenhalen van nieuwe investeringen. De retailaanpak in Parkstad leunt op vier pijlers: het werven van nieuwe ondernemers voor de stedelijke kernen van Parkstad, het sluiten van privaatrechtelijke convenanten met supers (in navolging van het ALDI-convenant), gebiedsontwikkelingen waarin eveneens wordt ingezet op ruimtelijke win-wins en de hierboven beschreven publiekrechtelijke planologische aanpak, waar alle regio's in Zuid-Limburg bij betrokken zijn.

Lees ook: innovatie komt uit Limburg, ook op retailgebied