Leegstand. Winkelleegstand. Het nationale winkelleegstandsprobleem. Dat klinkt heftig. Maar waar hebben we het dan eigenlijk over?

Leegstand. Winkelleegstand. Het nationale winkelleegstandsprobleem. Dat klinkt heftig. Maar waar hebben we het dan eigenlijk over? Hans van Tellingen pareert alle 'onheilstijdingen' die gerenomeerde instituten onlangs muntten. 'Winkelleegstand is geen nationaal probleem. Winkelleegstand is soms een lokaal probleem'.

Na de echt grote maatschappelijke thema’s - zoals vluchtelingenproblematiek, integratie, aanslagen, gezondheidszorg en (echte of vermeende?) maatschappelijke tweedelingen - lijkt winkelleegstand zo’n beetje het grootste probleem te zijn van de huidige maatschappij.

Onheilstijdingen

Op zich prima. Retail staat op de agenda. Iedereen heeft er een mening over. Want shoppen doen we (bijna) allemaal. Maar sommigen overdrijven. Retailpublicisten - zoals Cor Molenaar en Frank Quix - bemoeien zich ook met de materie. En doen aan onheilstijdingen. In 2011/2012 voorspelde Molenaar dat 33% van de winkelruimte zou zijn verdwenen in 2015. En dat in 2015 meer dan 25% van de winkels leeg zou staan. Frank Quix beweerde in 2014 dat er in de periode 2008-2014 tijd 22.000 winkels verdwenen zouden zijn. Maar kloppen deze beweringen eigenlijk wel? Nou nee, niet dus. Quix bijvoorbeeld zat er 16.000 winkels naast. Slechts 6.000 winkels zijn in de genoemde periode verdwenen. En Molenaar zag niet aankomen dat er - ook in crisistijd - zelfs (veel!) metrage winkelruimte is bijgekomen. In dit artikel wordt dit aangetoond.

Maar ook berichten van gerenommeerde clubs

Nu kun je dit soort onheilstijdingen kenschetsen als de meningen van mensen die tamelijk extreme berichten de wereld insturen. Maar recentelijk zijn er ook van gerenommeerde clubs – zoals het Planbureau voor de Leefomgeving, het PBL - winkelleegstandscijfers naar buiten gekomen. En ook het vermaarde CBS doet een duit in het winkelleegstandszakje. PBL, net als CBS, komt met cijfers die op hoge percentages leegstand lijken te wijzen (landelijk ruim 10%). PBL zit daarmee een procent of 3 boven de officiële cijfers van Locatus (zo’n 7%). En een initiatief als de Retailagenda (waaraan gerenommeerde partijen als NRW, IVBN en Ministerie van EZ meedoen) heeft het zelfs over 11% leegstand. Daarbij maakt de Retailagenda dan een wonderlijke draai door te claimen dat er overal 20% uit de markt genomen moet worden. 20% uit de markt? Echt? Nee, toch? Wij denken van niet. Zoals al eerder gesteld in het artikel ‘Waarom de Retailagenda soms geen goed idee is’.

Winkelleegstand leeft dus onder de mensen. Onder de deskundigen. Maar ook onder de consumenten. Die door al die ramspoedverhalen gaan geloven dat Armageddon echt nabij is. Des te meer reden om de feiten boven tafel te krijgen. Feiten die er al lang zijn. Maar die niet door iedereen als zodanig worden gebruikt. En waardoor er verkeerde besluiten genomen worden. Besluiten die niet op die feitelijke gegevens zijn gebaseerd.

Daarom dus: de feiten

Samen met een collega van Locatus, gespecialiseerd in betrouwbare verzameling van winkelgegevens, schreef ik het artikel ‘De winkelleegstand is geen nationaal probleem en neemt sterk af: de feiten’ (lees het volledige artikel op Retailtrends.nl).

De conclusies van dit artikel zijn:

  • Een instituut als CBS brengt aantoonbaar onjuiste informatie naar buiten over dit onderwerp en zaait onnodige paniek met te hoge leegstandscijfers.

  • De nationale winkelleegstand is in de crisisjaren gestegen van 5% in 2007 naar 8% in 2015.

  • De winkelleegstand neemt de laatste jaren weer sterk af en bedraagt in 2017 7%.

  • Hoewel het aantal winkels elk jaar met ongeveer 1.000 daalt, is het metrage winkelruimte –ook tijdens de crisisjaren-  sterk gegroeid, met 2,3 miljoen m2 extra in 2015 ten opzichte van 2008.

  • Was het winkelvloeroppervlakte niet toegenomen tijdens de crisis, dan zou de landelijke leegstand 0 procent zijn (gerekend vanaf 2008) of 4% vanaf 2011 (een gezond frictieleegstandspercentage).

  • Het leegstandspercentage zal de komende jaren snel naar beneden gaan. Op goede plekken is er een tekort aan (grote) winkelunits. Zoals in de grotere binnensteden en in sterke regionale winkelgebieden zoals Stadshart Amstelveen.

  • De winkelleegstand neemt af in vrijwel alle provincies en op bijna alle typen locaties (de drukke winkelstraten, maar ook de aanloopstraten).

  • De invloed van online shoppen op de winkelleegstand is gering.

  • Natuurlijk zijn er ook zorgen in sommige, kleinere middelgrote steden, in kleinere stadsdeelcentra en in kleinere wijk- en buurtcentra. Maar al met al is de verwachting dat de leegstand ook daar vaak weer terugkomt op het frictieniveau.

  • De totale voorraad zal ongeveer gelijk zal blijven.

  • Een rigide en landelijk beleidsinstrument als de Retailagenda is ons inziens niet nodig, houdt de nodige dynamiek tegen en is slecht voor de economische ontwikkelingen. Met name op de goede plekken.

  • Stem het aanbod af op de vraag. Met meer grote winkelunits op de goede plekken voor buitenlandse retailers.

  • Winkelleegstand is geen nationaal probleem. Winkelleegstand is soms een lokaal probleem.

Hans van Tellingen is algemeen directeur van winkelcentrumonderzoeker Strabo en hoofdauteur van #WatNouEindeVanWinkels. Voor een volledige weergave van het artikel van Gertjan Slob en Hans van Tellingen ga naar: https://retailtrends.nl/item/50609/winkelleegstand-is-geen-nationaal-probleem-en-neemt-sterk-af-de-feiten