Naar schatting tweederde van de gemeenten transformeert haar winkelgebieden actief. Tegelijkertijd zijn er nog maar weinig meters uit de mark gehaald.

Naar schatting tweederde van de gemeenten transformeert haar winkelgebieden actief. Tegelijkertijd zijn er nog maar bij een handjevol gemeenten daadwerkelijk meters uit de markt gehaald. Dat blijkt uit een enquête onder 140 gemeenten die verbonden zijn aan een zogeheten RetailDeal, uitgevoerd door de Retailagenda.

Om het aantal detailhandelsmeters te verminderen is transformatie noodzakelijk, maar in de praktijk een lastige taak', stelt de Retailagenda in een persbericht. 'De RetailDeal-gemeenten zijn hier wel actief mee bezig, maar hebben nog maar weinig meters uit de markt gehaald'

Dat zijn belangrijke resultaten van twee enquêtes die na de zomer van 2017 zijn afgenomen onder gemeenten met een RetailDeal. Deze enquête zal regelmatig herhaald worden om zicht te houden op de mate waarin gemeenten actief zijn met de ontwikkeling van de retailaanpak.

Meer informatie over het onderzoek vindt u hier.

20 procent lucht

Nederland heeft een teveel aan winkelmeters, zo’n 20%. Ongeveer de helft daarvan bestaat uit echte, vaak hardnekkige leegstand. Detailhandelsmeters worden vervangen door andere functies, zoals wonen en cultuur, zodat er aantrekkelijke en leefbare kernen blijven bestaan, afgestemd op de wensen van de burger en de consument. Transformatie is daarom belangrijk. De Retailagenda heeft gemeenten met een Retaildeal gevraagd naar hun ervaring met transformatie en de status van hun planvoorraad. 73 gemeenten hebben de vragenlijst ingevuld.

Bezig met transformatie

Het merendeel van de gemeenten, bijna tweederde, geeft aan actief bezig te zijn met transformatie winkelbestemming. Bij navraag blijkt dat het daarbij gaat om de eerste – voorzichtige – stappen die uiteindelijk kunnen leiden tot concrete transformatie. Veel gemeenten zitten nog in de denkfase, zijn bezig met onderzoek of het opstellen van een uitvoeringsprogramma of passen bestemmingsplannen aan om nieuwe functies mogelijk maken. Iets meer dan de helft van de ondervraagden heeft daadwerkelijk beleid voor de transformatie van winkelpanden/gebieden. Veel van deze beleidsplannen zijn dit jaar opgesteld. Een aantal gemeenten had dit 4 à 5 jaar geleden al gedaan en klein aantal gaat er binnenkort mee aan de slag. De Retailagenda moedigt gemeenten aan om transformatie op te nemen in de beleidsplannen, zodat het goed verankerd is.

Rol gemeenten

Gemeenten zijn het er duidelijk over eens dat hun rol vooral faciliterend is (90%). Een groot deel van de gemeenten vindt daarnaast dat hun rol ook nog organiserend is, waarbij vaak ook regievoering als rol wordt genoemd. Slechts 13% ziet het als taak zich met de financiën bezig te houden. Gevraagd naar de financiële middelen om de transformatie te realiseren, geeft ruim 80% aan dat daar geen geld voor is. Bij de paar gemeenten die dat wel hebben, lopen de budgetten uiteen. Over het algemeen hebben gemeenten een stimuleringsbudget van een paar ton, waarmee zij een aanjaagrol vervullen. De tendens lijkt dat men wacht op initiatieven uit de markt en dan met name van die van vastgoedeigenaren. 70% vindt dat het initiatief bij vastgoed hoort te liggen en volgens 63% van de ondervraagden zijn vastgoedeigenaren ook verantwoordelijk voor de financiering. De Retailagenda benadrukt dan ook de wenselijkheid om met de vastgoedsector om tafel te gaan om over en weer de verwachtingen helder te maken.

Gerealiseerde transformatie

Gevraagd naar het aantal winkels dat tussen 2015 en nu is getransformeerd en het winkelvloeroppervlak dat daar mee is gemoeid, blijkt dat maar weinig gemeenten concrete aantallen kunnen noemen. Als er sprake is van transformatie gaat het vooral om de aanpassing van bestemmingen (90%), er wordt in beperkte mate gesloopt (31%). In verreweg de meeste gevallen (89%) is de nieuwe bestemming wonen, daarnaast wordt ook horeca genoemd.
Volgens de meeste gemeenten (61%) heeft transformatie effect op het functioneren van het winkelgebied. Een minderheid van de gemeenten (38%) vindt dat ze nog te kort is met het wijzigen van functies om het effect goed te kunnen merken. Sommige gemeenten geven aan dat hun ambitie vooral ligt bij het terugbrengen van de leegstand. Deze stap positief, maar voor toekomstbestendige stadscentra is er meer nodig.

Planvoorraad

Naast het terugdringen van bestaande winkelmeters is het van belang om te voorkomen dat in de toekomst wordt bijgebouwd. Daarom is gemeenten ook gevraagd naar de status van de harde en zachte planvoorraad detailhandel. Die blijkt minimaal te zijn. 80% van de gemeenten heeft tussen 2015 en medio 2017 geen planvoorraad. De geschrapte hoeveelheid meters loopt uiteen van 6000 tot 25.000, ook worden meters on hold gezet. Gemeenten hebben niet altijd een helder beeld van het precieze aantal meters, dat geldt ook voor de nog bestaande planvoorraad.

Effect RetailDeal

In totaal zijn er 109 RetailDeals gesloten, waar meer dan 140 gemeenten bij zijn betrokken. Gemeenten is gevraagd in hoeverre het tekenen van de RetailDeal heeft geholpen om tot actie te komen. Zij noemen onder andere het aanjagend effect, bewustwording, besef van urgentie, samenwerking en toegang tot kennis en netwerken.

Intervisies

Uit de enquête blijkt dat gemeenten graag hulp ontvangen bij het inzetten van transformatie. Daarom organiseert de Retailagenda dit najaar een pilot met een reeks intervisies rond dit thema. Gemeenten doen in bijzijn van een aantal experts kennis op en wisselen ervaring uit. Deze pilot wordt als basis gebruikt voor de verdere uitbreiding van het intervisieprogramma.

(bron: Retailagenda)