Het stoort Pieter Hendrikse, oud-CEO van CBRE Global Investors, dat gemeenten zich in hun ruimtelijk beleid vaak mede door financiële motieven laten leiden.

Als directievoorzitter van ING Real Estate Investment en CEO bij CBRE Global Investors was Pieter Hendrikse verantwoordelijk voor een goed financieel en langetermijnbeleggingsresultaat. Het stoort hem dat gemeenten zich in hun ruimtelijk beleid vaak mede door financiële motieven laten leiden.

Met belangstelling las ik het artikel op Stadszaken, waarin de Enschedese wethouder Jeroen Hatenboer zegt af te willen van zijn grondbedrijf. Ik denk dat vele partijen zich kunnen vinden in zijn standpunt, maar dit nog niet eerder op de agenda hebben gekregen vanwege de duale rol van een gemeente en haar grondbedrijf.

Vaak wordt het publiekrechtelijke doel van ruimtelijke ordening met het privaatrechtelijke middel van uitgeven van grond en bestemmingsbepaling bereikt, met het grondbedrijf als leidende factor en grootste belanghebbende. Tijdens de roerige jaren Den Uyl werd het grondbedrijf al ingezet als melkkoetje en met de bouw van woonwijken werden indirect andere (rijks)uitgaven gefinancierd. Destijds al werd een dubbele pet gesignaleerd en als taboe gezien. Transparantie was toen nog onbekend.

De financiële drijfveer van gemeenten is bepalend geweest voor de inrichting van ons land

De bezuinigen en decentralisatie van de Rijksoverheid zorgen er inmiddels voor dat gemeenten hun eigen winst- en verliesrekening hebben, en eigen inkomsten moeten worden gegenereerd om lokale uitgaven te doen. Wie betaalt anders de kinderweide, de sportvelden, de zwembaden? Elke wethouder wil scoren en kan met zijn keuzes niet alleen centjes binnenhalen maar ook met zijn ruimtelijke planning goede sier maken.

De grote vraag is of er wel goede sier wordt gemaakt. Wat vinden we van de kwaliteit die is gerealiseerd als onderdeel van de kwantitatieve uitdaging die er was, en er nu weer is? Is Vinex alleen goed geweest voor de belanghebbenden op de korte termijn, zoals de agrariër, de wethouder, de ontwikkelaar, de bouwer? Of is de lange termijn er ook mee gediend geweest? Is er duurzaam gebouwd en hebben we met deze ordening de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid verbeterd?

Hatenboer slaat de spijker op zijn kop als hij zegt wat velen denken. Juist de financiële drijfveer van gemeenten is bepalend geweest voor de inrichting van ons land, waarbij is voorbijgegaan aan de regierol van de provincie of het Rijk.

Maar Nederland is te klein om belangen op een te laag niveau veilig te stellen, want conflicten komen letterlijk om de hoek kijken. De ene gemeente kan een heel andere bedoeling met ruimte en financiën hebben dan de buurgemeente, die om geld verlegen zit en geen artikel 12-status wil. Daarvoor liggen gemeenten te dicht bij elkaar en kijkt de burger niet alleen over deze gemeentegrenzen heen, maar ook over regio- en zelfs landsgrenzen, zoals we allen weten.

Het verdient daarom een extra pleidooi om na de volgende verkiezingen het idee van Hatenboer verder uit te werken en de financiële huishouding, maar ook de ruimtelijk-economische inrichting van regio’s en gemeenten anders en minder financieel afhankelijk vast te stellen. We moeten vooral oog hebben voor hoe wij allen niet alleen nu, maar vooral ook in de verre toekomst onze schaarse plek op dit continent willen gebruiken.

De terugkeer van een minister van ruimtelijke ordening zou geen slechte start zijn.

Wat vinden we mooi; goed functionerend en inspirerend? Dan schieten je toch heel andere beelden te binnen dan de laatst gebouwde woonwijken...