‘Nederland behoort tot de koplopers op het gebied van afvalmanagement en hoogwaardige recycling. Desondanks laten we nog vele kansen onbenut.'

‘Nederland behoort tot de koplopers in Europa op het gebied van afvalmanagement en recycling. Desondanks laten we nog vele kansen onbenut.’ Jacqueline Cramer omschrijft aan de hand van drie categorieën de ideale samenwerking tussen bedrijfsleven en overheid.

Hoogwaardige recycling van materiaalstromen is vooral een zaak van het bedrijfsleven. Maar lokale overheden kunnen hierbij wel een katalyserende rol spelen. Gemeenten zorgen immers voor de inzameling van het huishoudelijk afval en geven via hun aanbestedingen richting aan de wijze waarop het afval wordt verwerkt. Gemeenten houden ook toezicht op naleving van de regels ten aanzien van inzameling van bedrijfsafval.

Veel huishoudelijk en bedrijfsafval wordt nu nog verbrand, maar die hoeveelheid zal afnemen ten bate van meer recycling. Dit is in lijn met het strenger wordende nationale en EU-beleid op het terrein van afvalverwerking. Bovendien speelt mee dat de technische mogelijkheden om te recyclen aanzienlijk zijn toegenomen, vooral op het gebied van hoogwaardige recycling.

Er liggen talrijke kansen voor hoogwaardiger recycling, maar die worden nog niet benut. Het vergt per materiaalstroom namelijk vaak flinke investeringen in geavanceerde recyclinginstallaties. Bedrijven zijn hierin zeker geïnteresseerd. Maar dan willen ze wel voldoende zekerheid hebben over de te verwachten volumes per ingezamelde materiaalstroom en de afzetmogelijkheden van het gerecyclede materiaal. Denk bijvoorbeeld aan groente, fruit en tuinafval (GFT).

Dit wordt nu verbrand met energieterugwinning (in de gemeente Amsterdam 97%) of op zijn best omgezet in compost – een laagwaardige toepassing. Als geïnvesteerd wordt in bio-raffinage kunnen hoogwaardige producten voor de chemie en farmacie worden gemaakt, zoals eiwitten en bio-aromaten. Op labschaal is dit al succesvol beproefd. Het is nu het moment om van lab naar opschaling te komen. Samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven in een regio is hierbij noodzakelijk.

Binnen de Metropoolregio heeft de Amsterdam Economic Board samen met de gemeenten in de regio negen materiaalstromen geprioriteerd. Het gaat vooral om huishoudelijke afvalstromen die in grote volumes worden afgedankt, milieubelastend zijn en grote potenties hebben voor hoogwaardiger recycling. Het gaat om bouw- en sloopmaterialen; niet meer draagbaar textiel; kunststoffen; biomassa (onderscheiden in GFT, zuiveringsslib, agro-foodketen en openbaar groen); elektronisch en elektrisch afval; incontinentiemateriaal en luiers; matrassen; servers van ICT-sector en metalen.

Voor elk van deze materiaalstromen zijn afzonderlijke strategieën voorbereid samen met het bedrijfsleven, kenniswerkers en de overheid die aangeven onder welke voorwaarden een transitie naar hoogwaardige recycling economisch rendabel wordt. Het kan daarbij gaan om voorwaarden zoals zekerheid van volume en afzet, kennisontwikkeling, samenwerking tussen bedrijven met eenzelfde type afvalstroom en/of invoering van een ander verdienmodel.

De aanpak per materiaalstroom verschilt, evenals de rolverdeling tussen bedrijfsleven en overheid

De aanpak per materiaalstroom verschilt, evenals de rolverdeling tussen bedrijfsleven en overheid. Dit wordt vooraf vastgelegd in af te sluiten circular deals. Grofweg onderscheiden we in de aanpak drie categorieën:

1. Materiaalstromen die op gemeentelijk niveau in de kringloop kunnen worden teruggebracht. Een goed voorbeeld is de bouwketen. In de gemeente Amsterdam draagt deze materiaalstroom voor 40% bij aan de totale afvalstroom. De gesloopte materialen worden nu wel gerecycled, maar voor 90% laagwaardig toegepast als bijvoorbeeld funderingsmateriaal onder wegen. Wanneer opdrachtgevers (overheid en bedrijven) circulariteit als uitgangspunt opnemen in aanbesteding van bouw- en sloopactiviteiten kan veel hoogwaardiger recycling plaatsvinden. De spin-off hiervan is meer waardecreatie en banen, en grotere milieuwinst. Hoewel aanbesteding lokaal gebeurt, is wel afstemming nodig op (sub)regionale schaal, bijvoorbeeld voor de tijdelijke fysieke opslag van gesloopte materialen en het opzetten van een digitale databank.

2. Materiaalstromen die op regionaal niveau gebundeld moeten worden om te kunnen leiden tot voldoende volume en afzetmogelijkheden van het gerecyclede materiaal voor een rendabele businesscase. Dit geldt bijvoorbeeld voor het hoogwaardig verwerken van GFT, niet meer draagbaar textiel, ongesorteerd huishoudelijk plastic afval en incontinentiematerialen en luiers. Overheidsinstanties zijn hierbij nodig om via hun aanbestedingsbeleid het volume aan grondstofstromen te ‘poolen’; vervolgens is het aan de markt om te investeren in hoogwaardige recycling.

3. Materiaalstromen die per bedrijf te klein zijn, maar gebundeld met meerdere bedrijven hoogwaardige recycling kunnen opleveren, inclusief een goed verdienmodel voor de deelnemende bedrijven. Met name in de agrofoodsector zien we hiervan voorbeelden. Illustratief is de materiaalstroom bleekaarde, die vrijkomt bij de productie van voedingsproducten. Door bleekaarde met een aantal bedrijven te poolen en een hierop afgestemd organisatie- en financieringsmodel te ontwikkelen, is hoogwaardige recycling rendabel te maken. Aangezien de afzonderlijke bedrijven hun bleekaarde beschouwen als afvalstroom, is het niet vanzelfsprekend dat samenwerking tussen bedrijven hierop vanzelf tot stand komt.

De opbouw van allerlei nieuwe activiteiten gericht op hoogwaardige recycling van materiaalstromen betekent een geleidelijke afbouw van de capaciteit aan afvalverwerkingsinstallaties. De resterende afvalstroom wordt immers steeds kleiner. Door dit proces van opbouw van een circulaire economie en afbouw van bestaande verbrandingscapaciteit goed op elkaar af te stemmen in regionaal verband, kan kapitaalvernietiging worden voorkomen en hoogwaardige recycling van de grond komen.

Jacqueline Cramer, hoogleraar duurzaam innoveren Universiteit Utrecht en ambassadeur circulaire economie in de Metropoolregio Amsterdam