“De overheid is er om maatschappelijke vraagstukken op te pakken en samen met de betrokkenen doelen te bereiken die met de samenleving afgesproken zijn”. Dit pleidooi voor een nieuwe ambtelijke cultuur[1] is nu, 12 jaar later nog steeds van kracht. Gelukkig is er vooruitgang te melden, maar de oude cultuur is hardnekkig. 

In de laatste ministerraad voor de verkiezingen van 15 maart stelde het kabinet Rutte II de startnota over de Nationale Omgevingsvisie vast. Na een moeizame bevalling en zonder enige ruchtbaarheid. Toch zou het kunnen zijn dat we straks in 2040, terugkijkend op deze tijd, kunnen zeggen dat er een betekenisvolle stap werd gezet naar een nieuwe fase in de ontwikkeling van Nederland.

“De Noord-Hollandse kust is van ons allemaal” staat boven het bericht van de provincie Noord-Holland van 7 april jl. Aan het woord is gedeputeerde Joke Geldhof: “Balans tussen rust en reuring, daar gaat het om”. Sinds de reuring eind 2015 over de vele bouwplannen voor de gehele kust van ons land hebben veel partijen samen het kustpact gesloten.

Je hebt het Nederland van gisteren en vandaag, maar het Nederland van Morgen wordt nu gemaakt. Hans Leeflang, adviseur ruimtelijke activering van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, maakt zich sterk voor het debat over de toekomst en ziet drie mogelijke gamechangers.

Nieuwe ronde, nieuwe kansen. 15 maart mogen we in Nederland weer naar de stembus. En hopelijk lukt het de landelijke politici om samen een mooi kabinet te vormen. Ik geloof dat Roel in ’t Veld de periode tot het nieuwe regeerakkoord een doorwaadbare plaats noemde. Een omstandigheid waarin de agenda voor de toekomst weer opnieuw kan worden bepaald.