12 mei 2017 11:35 uur

Sinds vorig jaar doet Fontys Hogescholen samen met een twintigtal publieke en private partners onderzoek naar de toekomstbestendigheid van de Noord-Brabantse stads- en dorpscentra. Projectleider Bart de Zwart ziet dat de dialoog vaak niet leidt tot daden en pleit voor een andere manier van samenwerken.

De toekomst van stads- en dorpscentra is een actueel thema, want net als elders in Nederland worstelen ook de Brabantse gemeenten met vraagstukken rond leegstand, overbewinkeling en leefbaarheid. Hoewel de aard van de opgaven in de grote, middelgrote en kleine gemeenten onderling verschillen, lijken de visies op de oplossing opvallend eensgezind. Overal waar we komen klinkt het pleidooi voor betere samenwerking. Of dit nu via platformoverleg is, een ondernemersfonds, of een bedrijveninvesteringszone.

Het belang van samenwerking is binnen het Nederlandse beleidsdiscours zodanig gemeengoed dat het welhaast politiek incorrect lijkt om het nut en de noodzaak ervan ter discussie te stellen. De vraag dringt zich echter op of elke vorm van samenwerken even effectief is en wat onder goede samenwerking mag worden verstaan. Samenwerking binnen de context van binnenstads- en centrummanagement draait in veel gemeenten in de eerste plaats om samen praten. Die dialoog is een mooi begin, zeker voor het kweken van draagvlak en vertrouwen, maar de praktijk wijst uit dat woorden niet automatisch leiden tot daden.

Een belangrijke factor daarbij is de bereidheid en het vermogen van partijen om daadwerkelijk te investeren. Gelukkig geldt voor de meeste gemeenten dat men in aanvulling op het centrummanagement een ondernemersfonds heeft ingesteld. Daarmee is een financiële basis gelegd, maar de vraag blijft hoe deze middelen vervolgens worden ingezet. Voor zover men de handen op elkaar krijgt voor concrete actie, beperkt het handelingsrepertoire van centrumorganisaties zich in de praktijk vaak tot evenementenplanning, straatversiering en citymarketing. Allemaal zeer nuttig en zeer zichtbaar, maar de uitdagingen waar gemeenten voor staan vragen naast quick wins ook een meer strategische invulling. Afspraken, bijvoorbeeld, over ingrijpende kwesties zoals de herstructurering van het centrumgebied.

Pleitbezorgers voor samenwerking wijzen er graag op dat kleine resultaten een voorwaarde zijn om het vertrouwen op te bouwen om op den duur te komen tot meer substantiële ingrepen. Dat klinkt plausibel, maar de praktijk blijkt weerbarstig. Niet alleen is het een grote stap van de aanleg van gratis wifi naar stedelijke herverkaveling, er is ook sprake van andere belangen. Samenwerken met als doel de koek voor iedereen groter te maken is van een andere orde dan samenwerking die erop gericht is om samen de pijn te verdelen.

Een bijkomende complicatie is dat voor strategische samenwerking ook andere partijen nodig zijn. Een achilleshiel daarbij is de rol de vastgoedsector. Vooral kleine gemeenten hebben moeite om deze spelers überhaupt aan tafel te krijgen. Maar ook in grotere gemeenten, zoals Helmond en Eindhoven waar vastgoedeigenaren via bijvoorbeeld een OZB-opslag of BIZ-heffing een financiële bijdrage aan de centrumontwikkeling leveren, blijft samenwerken een uitdaging. De beweegredenen van beleggers zijn voor publieke professionals vaak een black box en bovendien spreken publieke en private partijen verschillende talen.

Een interessante denkrichting om uit deze impasse te geraken is het verbinden van belangen aan daadkracht. Veel samenwerkingsvormen zijn momenteel nog vrij eenzijdig gericht op het behartigen van belangen. Hoewel het belangrijk is om in stedelijke ontwikkelingsprocessen belanghebbenden te identificeren en hen te betrekken bij besluitvorming is draagvlak alleen niet voldoende. Er zal ook handelingscapaciteit moeten zijn. We spreken in dat geval niet zozeer over stakeholders maar over actoren: partijen die in staat zijn om met hun handelen de ontwikkeling van een plek te beïnvloeden.

Wie vanuit een actor-relationele benadering naar het centrum kijkt, gaat op zoek naar mogelijkheden om werk met werk te maken. Bijvoorbeeld door investeringsagenda’s van verschillende partijen met elkaar te verknopen, beheer- en onderhoudsactiviteiten af te stemmen of te prospecteren naar een gezamenlijke waardepropositie. Op dat moment wordt samenwerken samen werken.

Fontys Hogeschool Management Economie en Recht doet vanuit de opleiding Vastgoed en Makelaardij met het programma  ‘De Ondernemende Binnenstad’ praktijkgericht onderzoek naar de toekomst van de Noord-Brabantse stads- en dorpscentra.