21 april 2017 9:50 uur

Overaanbod door het verkeerde aanbod

In verschillende Zuid-Hollandse regio’s blijkt onvoldoende ruimte beschikbaar voor het huisvesten van grootschalige bedrijven, maritieme bedrijvigheid, zware industrie of multimodale overslagterminals. Daarmee wordt het vermogen van Zuid-Holland om in te spelen op nieuwe economische kansen belemmerd.

Dat is de conclusie van de studie 'Behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland' in opdracht van de provincie. Uit de cijfers van de studie blijkt dat er in de bestemmingsplannen weliswaar een overaanbod is van bedrijventerreinen, maar dat die ruimte niet geschikt is voor de vraag die bij bedrijven bestaat. Daarom zou een deel van dit soort plannen grondig moeten worden herzien.

Gedeputeerde Staten (GS) nemen de conclusies van de rapportage over, en gaan hierover binnenkort het gesprek aan met Provinciale Staten en de regio’s. De uitkomsten van de studie zullen belangrijke bouwstenen vormen voor de aanpassing van de Visie Ruimte en Mobiliteit waarover de Staten zich na de zomer buigen.

Kwaliteit versus kwantiteit

Uit de behoefteraming blijkt dat er tot 2030 een fors overaanbod is van bedrijventerreinen in Zuid-Holland. De verwachte vraag is maximaal 725 hectare, tegenover een aanbod van 950 hectare. Dat overaanbod manifesteert zich met name in de Metropool Regio Rotterdam-Den Haag en daarnaast in Zuid-Holland Zuid. Het aantal hectares zegt echter niet alles: er is zeker nog behoefte aan nieuwe ontwikkelingen, blijkt uit het rapport. De nieuwe ontwikkelingen hebben betrekking op de vraag naar andere typen bedrijventerreinen en op verduurzaming en modernisering van bestaande terreinen.

Deze rapportage laat wel zien dat we veel meer vraaggericht moeten gaan werken

Gedeputeerde Adri Bom-Lemstra van Economische Zaken: ‘Ruim een derde van de Zuid-Hollandse werkgelegenheid is gevestigd op bedrijventerreinen. Daarmee zijn de terreinen van levensbelang voor een goed functionerende economie van Zuid-Holland. Maar deze rapportage laat wel zien dat we veel meer vraaggericht moeten gaan werken. Waar hebben bedrijven nu en straks echt behoefte aan? Ik wil daarom met gemeenten op korte termijn afspraken maken hoe we hier op gaan inspelen. Bijvoorbeeld door met een groot aantal partijen bepaalde gebieden onder handen te nemen. Dat doen we nu samen voor de A12-corridor of met een onderzoek naar Nieuw Reijerwaard. En we moeten veel harder gaan werken aan de verduurzaming en modernisering van bedrijventerreinen, zowel nog uit geven als bestaand. Ook dat is heel belangrijk om als Zuid-Holland aantrekkelijk te blijven als vestigingsplaats.’

De provincie laat eens in de 4 jaar een behoefteraming uitvoeren om zicht te krijgen in hoeverre het aanbod nog aan de vraag voldoet. Deze behoefteraming is uitgevoerd door Stec Groep.