Het noodplan van de projectontwikkelaars om jaarlijks 20.000 nieuwe woningen steunt deels op verkeerde veronderstellingen en werkt op punten zelfs averechts, aldus Johan Conijn (UvA) en Edwin Buitelaar (PBL, UU). ‘Bouwers steken nergens de hand in eigen boezem’.

Laatst zat ik bij een visieoverleg over de transformatie van het desolate Amsterdamse kantorengebied Amstel III naar een gemengde woonwerkwijk. Iemand hield daar een kort verhaal over mensen van somewhere en mensen van anywhere.

In steeds meer gemeenten ontstaat een tekort aan woningen. De prijzen van koop­woningen zijn sterk gestegen en liggen in veel gemeenten al weer boven of op het niveau van voor de crisis. Projectontwikkelaars roepen politiek Den Haag op om snel in te grijpen. 

In de eerste editie van Buitenlandse Stadszaken lees je meer over panda’s die duurzame energie opwekken, zie je een filmpje van een huis waarmee kamperen in een tent overbodig wordt en ontdek je wat ze in Oregon bedacht hebben om fietsers te frustreren.

Ontwikkelaars passen steeds vaker voor deelname aan een tender, waardoor gemeenten niet de kwaliteit krijgen die ze met tenders proberen af te dwingen. De complexiteit van duurzame, binnenstedelijke gebiedsontwikkeling verhoudt zich bovendien slecht tot de gesloten Nederlandse aanbestedingscultuur, die dan ook op de schop moet, zeker gezien de urgente (binnenstedelijke) woningbouwopgave.